Weerlegging van de retoriek van een walvisslachtprofeet

28 april 2012

Weerlegging van de retoriek van een walvisslachtprofeet

Door kapitein Paul Watson

The De "menselijke" manier om een walvis te doden op de Faeröereilanden.Ik ben gevraagd om dit artikel, in 2009 geschreven door Elin Brimheim Heinesen, te bespreken. Elin, Faeröerse van geboorte, schrijft dit artikel ter verdediging van de Grind, de afslachting van grienden op de Faeröereilanden.

Waar nodig heb ik mijn opmerkingen geplaatst.

Zijn de Faeröerders gevoelloze, terroriserende, moorddadige dolfijnenmoordenaars?

Sommige mensen buiten de Faeröer denken dat het Faeröerse volk gevoelloze, primitieve, moordzuchtige, uit inteelt voorgebrachte, dronken, brute beesten zijn. En dat ze eens per jaar voor de lol duizenden intelligente dolfijnen doden als een soort van ‘volwassenheidsritueel’, om vervolgens de meeste walvissen op het strand te laten wegrotten en de rest van het giftige vlees aan hun onschuldige kinderen te voeren. Alsof de Faeröerders de meest onwetende en grootste vijanden van de natuur zijn die u op de aardbol kunt vinden. Helaas geloven veel mensen deze fantasierijke verhalen.

 

Kapitein Paul Watson: Het kan zijn dat een aantal mensen dit geloven, maar dit is niet het standpunt van Sea Shepherd Conservation Society. Wij geloven inderdaad dat de Grind nutteloos, primitief, moorddadig en barbaars is, maar we hebben de Faeröerders, als volk, er nooit van beschuldigd dit te zijn. Ik vind de zeehondenafslachting in Canada zinloos, primitief, moorddadig en barbaars, maar dat betekent niet dat ik de Canadezen (waarvan ik er één ben) zie als de schuldigen van dit laaghartige gedrag. Ik denk dat sommige Faeröerders, met name degenen die de afslachting steunen, onrust proberen te stoken door te claimen dat wij de Faeröerders haten, terwijl Sea Shepherd zich tegen walvisvaarders verzet zonder te discrimineren. De nationaliteit van de walvisvaarders is voor ons niet van belang – voor ons is de walvisjacht van belang.

Ik begrijp dat de verspreide foto’s walging bij mensen oproepen. Ik geef toe dat het doden van grienden eruit ziet als een barbaars bloedbad, door de vele deelnemers aan de slachting die ogenschijnlijk doelloos op de wal en in het water rondlopen en met al dat bloed in de zee.

Kapitein Paul Watson: Het ziet er uit als een barbaars bloedbad, omdat het een barbaars bloedbad is.

Maar de foto’s onthullen niet de gehele waarheid. Verre van dat. Ik begrijp dat het er schokkend uitziet voor mensen die zoiets nog nooit gezien hebben en die niet weten wat er gaande is. Voor hen lijkt het onbegrijpelijk. Dus oordelen zij alleen vanuit hun directe gevoel van afkeer. Wat niemand hen kan verwijten. Ze zien het vanuit hun eigen oogpunt: hoe kan een verstandig mens zulke prachtige wezens als dolfijnen op die manier doden?!

Kapitein Paul Watson: Het ziet er schokkend uit omdat het schokkend is. Het afslachten van walvisachtigen, op deze of welke andere manier dan ook, hoort niet thuis in de 21e eeuw.

Voor mezelf zou ik zeggen: Zoals de meeste mensen zie ik niet graag dat dieren gedood worden. Ik haat het. Ik zou willen dat mensen minder afhankelijk van vleesconsumptie konden worden. Ik ben van mening dat dolfijnen evenals andere walvisachtigen fascinerende en prachtige wezens zijn. Daarin verschil ik niet veel van de meeste mensen in de westerse wereld.

Kapitein Paul Watson: Hoe vaak heb ik dit gehoord: "Ik zie niet graag dat dieren gedood worden MAAR”. Het verschil tussen de schrijfster en de meeste andere mensen in de wereld is dat zij de massale afslachting van dolfijnen door de vingers ziet en het steunt. De meeste mensen in de wereld proberen grienden te redden als ze stranden en aan wal komen, terwijl de walvisjagers in de Faeröer ze aan wal drijven om ze te doden.

Wat mij echter anders maakt is dat ik Faeröerse ben. Ik ben opgegroeid op de Faeröereilanden, waar (volgens onderzoek gebaseerd op archeologische opgravingen) mensen al 1200 jaar grienden doden voor consumptie. Ikzelf eet echter geen griendenvlees, ik hou niet van de smaak. Ik eet eigenlijk bijna helemaal geen vlees, slechts af en toe. Maar ik hou wel van het walvisspek, met gedroogde vis.

Kapitein Paul Watson: Ik ben Canadees en ik ben opgegroeid daar waar mensen honderdduizenden babyzeehonden afslachten. “Het is onderdeel van onze cultuur”, werd mij verteld tijdens mijn kindertijd. “Het is een Canadese traditie”, werd mij verteld. Het wordt al honderden jaren gedaan net als de koppensnellers in de Salomonseilanden al duizend jaar praktiseren. Als Canadees, wiens wortels tot 1587 teruggaan in de zeevaart van Canada, keur ik zo’n barbaarse, zinloze, primitieve cultuur af en wil daar geen deel van uitmaken.

De reden dat ik deze blog schrijf is dat ik het beeld, dat er van mijn volk geschetst wordt, helemaal niet herken in deze campagnes tegen walvisvangst en in de petities die worden opgezet, zodat mensen die kunnen ondertekenen om hun afschuw over de Faeröerse griendenjacht traditie kenbaar te maken. Deze vooroordelen en overdreven, foutieve geruchten over mijn volk maken me verdrietig. Deze worden over de hele wereld verspreid door mensen ofwel met opzet, als onderdeel van schokkerende tactieken om hun antiwalvisvangst overtuiging over te brengen, of gewoon omdat ze niet beter weten. De waarheid is echter, dat het doden van grienden altijd een kwestie van overleven is geweest voor de Faeröerse bevolking en dat nog steeds op een bepaalde manier zo is. Door mensen te verontrusten helpt men zeker de walvissen niet. Ik kom hier later in deze blog op terug.

Kapitein Paul Watson: Het is echt moeilijk om de gruwelijke afslachting van hele groepen grienden te overdrijven. Vandaag de dag is het doden van grienden in een land, dat een van de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking in de wereld heeft, geen kwestie van overleven. Faeröerse supermarkten liggen vol met producten van over de wereld: rundvlees, kip, tropische vruchten, vis, gastronomische producten. Er bestaan geen rechtvaardige argumenten om het doden van grienden voor overleving te ondersteunen. Voor wat betreft het verontrusten van mensen, merk ik dat de hedendaagse reguliere, terughoudende en educatieve benaderingen van andere groepen in de loop der jaren niet veel bereikt hebben wat betreft het veranderen van opvattingen.

Ik zal op een eerlijke en oprechte manier proberen uit te leggen wat er, gezien vanuit het Faeröerse oogpunt, gaande is. En ik zal u – de lezer – vriendelijk vragen om voor een moment te vergeten wat u gezien en/of gehoord hebt over griendenjacht in de Faeröereilanden. Ik vraag u alle opgeroepen emoties van walging en woede opzij te zetten en deze blog te lezen zonder enig vooroordeel.

Kapitein Paul Watson: Hoe zet je emoties opzij? Hoe kun je de afkeer van dit beestachtige bloedbad negeren?

Laten we ten eerste enkele misverstanden corrigeren.

De “dolfijnen”, die de Faeröerders doden, zijn geen tuimelaars (zoals ‘Flipper’), waar de meeste mensen vertrouwd mee zijn, maar zwarte grienden. Dit is een andere soort, alhoewel ze van dezelfde familie zijn – alleen gedragen grienden zich meer als grote walvissen dan als dolfijnen. Maar dat kan voor velen niet relevant zijn dus zal ik daar niet over doorgaan. Het feit is dat de Faeröerders grienden altijd hebben gezien als een bron van voedsel, op vrijwel dezelfde wijze als de meeste mensen in de wereld runderen of varkens als een bron van voedsel zien (alhoewel bijvoorbeeld varkens eigenlijk vrij gevoelige, sociale en intelligente dieren zijn, misschien net zoals grienden).

Kapitein Paul Watson: Grienden zijn dolfijnen. Als grienden de basis van het Faeröerse dieet zou zijn, waarom eten zij nu dan kip, varkensvlees, kalfsvlees, lam, schaap, rundvlees, papegaaiduiker, eenden, ganzen en zelfs kangoeroe en struisvogel. Varkens zijn gevoelige, sociale en intelligente dieren; het lijkt er dus op dat de schrijfster zegt dat gevoel, sociaal gedrag en intelligentie niet belangrijk zijn als het om slachten gaat.

In bijna elke buitenlandse artikel dat ik over griendenjacht in de Faeröereilanden heb gelezen, wordt beweerd dat het doden van de grienden “eenmaal per jaar” plaatsvindt. Ik weet niet waar dit misverstand vandaan komt. Misschien is het ontstaan doordat de Faeröerse ambtenaren de benaming "jaarlijkse slachting” hebben gebruikt. Ze refereren hiermee niet aan een enkele gebeurtenis, maar aan het aantal walvissen dat gemiddeld in de loop van een jaar gedood wordt. Het doden van grienden kan in feite verscheidene malen per jaar plaatsvinden en in sommige jaren vinden er helemaal geen griendenmoorden plaats.

Kapitein Paul Watson: Sea Shepherd heeft nooit en ten nimmer gezegd dat de jacht eenmaal per jaar plaatsvindt. Ook heb ik niet gehoord dat dit door andere milieu- of dierenrechtenorganisaties als zodanig gecommuniceerd wordt. De slachting kan op elk moment van het jaar plaatsvinden, alhoewel de meeste bloedbaden statistisch gezien tussen mei en oktober plaatsvinden.

Er wordt ook beweerd, dat griendenjacht alleen in de zomer plaatsvindt. Dit is ook een misverstand. De griendenjacht vindt plaats als er bij toeval groepen grienden, vanaf bijvoorbeeld het land of de kleine boten die dicht bij de kust in de wateren tussen de eilanden varen, gesignaleerd worden. Aangezien er in de zomer meer bootverkeer in wateren van de Faeröereilanden is, is de kans groter dat een griendenslachting in de zomer dan in de winter plaatsvindt. De griendenjacht kan en gebeurt echter ook in de andere seizoenen.

Kapitein Paul Watson: Zoals hierboven aangegeven heeft Sea Shepherd dat nooit verklaard.

Veel buitenlanders verwijzen naar de griendenslachting op de Faeröereilanden als een ‘ritueel’, dat de Faeröerders opvoeren als ‘viering’ van het ‘volwassen worden’ van de jonge mannen. Dit is belachelijk. Dit misverstand is waarschijnlijk ontstaan doordat sommige woorden en zinnen door elkaar gehaald werden. Sommige mensen associëren het woord ‘traditie’ waarschijnlijk met ‘ritueel’ en ‘stam’ en vergeten dat hun eigen gewoonte, het eten van kalkoen tijdens het kerstdiner, ook een ‘traditie’ is. Een aantal Faeröerders zou op een bepaald moment gezegd hebben, dat ze vinden dat jongens op de een of andere manier volwassen mannen worden als ze voor de eerste keer deelnemen aan een griendenjacht, omdat deze realiteit van leven en dood hen harder maakt. Maar dat is een heel verschil met de claim, dat de jacht alleen voor dit doel wordt gedaan!

Kapitein Paul Watson: Het is door de walvisjagers zelf beschreven als een ceremonie van overgang.

Dit is een fragment uit het Faeröerse boek Two Minutes:

De walvisjacht is "…de ultieme gezamelijke mannenactiviteit, met een bijna religieus karakter. Het is gevaarlijk en veeleisend en biedt mogelijkheden om onszelf als man te bewijzen”.

Dit zijn Faeröerse woorden. Dit is de originele tekst: “…den ultimative fælles mandfolkeaktivitet næsten religios karakter. Det er farligt og krævende og giver dig lejlighed til op vise graven som et mandfolk.”

Ook wordt vaak beweerd, dat de griendenjacht een ‘viering’ en een ‘feest’ is, bijna vergelijkbaar met carnaval, wat buitenstaanders vrij onbeschoft vinden. Maar dit is erg overdreven. Men moet begrijpen dat de Faeröerders vroeger uiteraard erg blij waren dat ze door het doden van grienden genoeg voedsel hadden om op lange termijn hun eigen voortbestaan te kunnen garanderen en waarvan zij logischerwijs dachten dat het de moeite van het vieren waard was. Bovendien was het voor veel deelnemers aan de slachting niet mogelijk om dezelfde dag of avond naar huis te varen. Zodoende bleef men in het dorp en verzamelde iedereen zich om samen te zingen en dansen, elkaar te begroeten, warm te blijven en over hun prestaties te praten. Dit bijzondere onderdeel van de traditie bestaat vandaag de dag niet meer. Alhoewel enkele walvisvaarders zich soms verzamelen als zij daar zin in hebben, om samen een paar biertjes in de plaatselijke kroeg te drinken, gewoon omdat ze blij zijn om elkaar te zien.

Ik zou denken dat dit volstrekt normaal menselijk gedrag is, maar soms lijkt het erop dat mensen elders dit allemaal maar al te graag verkeerd begrijpen. Misschien omdat ze onbewust zoeken naar iets om hun eigen vooroordelen te bevestigen. Hun eerste reactie op de vaak zeer dramatische beschrijvingen en afbeeldingen, die zij van de griendenjacht tegenkomen, is, logischerwijs, afschuw. Misschien hebben zij alleen maar de behoefte om hun eigen gevoelens te rechtvaardigen. Aangezien de dramatische beschrijvingen in de wereldwijde media en/of online media door vaak onwetende – of bevooroordeelde – buitenstaanders veel talrijker zijn dan het Faeröerse standpunt, is er slechts een kleine kans dat mensen bekend worden met alle feiten, die misschien het onbegrijpelijke kunnen verklaren. Om die reden schrijf ik deze blog.

De griendenjacht is niet zo meedogenloos als het lijkt.

Zelfs als het wellicht moeilijk te geloven is, de griendenjacht is in feite niet zo wreed als het lijkt. Het is niet zo dat het om een heleboel krankzinnige mensen gaat, die in een moordrazernij zoveel mogelijk letsel aan walvissen toebrengen als ze maar kunnen. Veel mensen lijken dat te geloven en door deze opruiende berichten te verspreiden willen zij dat anderen het ook gaan geloven. De meeste van deze mensen zijn er echter nooit zelf bij geweest en hebben nooit met Faeröerders gesproken om hen te vragen wat er gaande is.

Kapitein Paul Watson: Opnieuw een citaat uit het Faeröerse prowalvisjachtboek Two Minutes: “Ik zag de tranceachtige gemoedstoestand van de walvismoordenaars. Ze waren onbereikbaar en mijn gedachten gingen naar een goede vampierfilm met vampieren die klaar stonden om bloed te proeven. Ik realiseerde me, door mijn lens, dat de trance een diepgewortelde voorbereiding was, een soort van vooroorlogse meditatie.” – Regin W. Dalsgaard.

Mijn bemanning en ik zijn op de Faeröereilanden geweest en hebben met de Faeröerders, met politici, met walvisjagers, met studenten en met gewone burgers gesproken. We waren daar in 1983, 1985, 1986, 2000, 2010 en 2011.

Achter dit spektakel zit een goed ontwikkelde dodingmethode – in samenwerkingsverband – die ervoor zorgt dat het doden zo snel mogelijk gebeurt, om het lijden van de walvissen zoveel als menselijk mogelijk te minimaliseren. Het doden van zulke grote dieren is een uitdaging. Helaas kan het lijden nooit volledig uitgesloten worden. Net als het lijden van alle andere dieren, die elders in de wereld voor voedsel gedood worden, niet uitgesloten kan worden. Maar natuurlijk kan het lijden geminimaliseerd worden. Daaraan willen de Faeröerders graag meewerken, ook al lijkt dat voor een buitenstaander niet zo.

Kapitein Paul Watson: Nogmaals uit het boek Two Minutes: “Hoe lang het doden van een walvis duurt varieert, het hangt af van de omstandigheden. In een recente studie staat vermeld dat de gemiddelde dodingstijd 28 minuten was.”

Achtentwintig minuten van extreme verschrikking, terwijl de walvissen zichzelf proberen te verdedigen, terwijl vrouwtjeswalvissen hun jongen proberen te beschermen en terwijl grote mannetjeswalvissen proberen hun gemeenschap te verdedigen. In achtentwintig minuten van steken, hakken, duwen, knuppelen en snijden, terwijl ze in hun eigen bloed en uitwerpselen sterven, wordt een hele groep, een hele gemeenschap uitgeroeid. Dit is een bloedige, wrede, ongevoelige, meedogenloze, genadeloze afslachting van intelligente, sociaal complexe zeezoogdieren. Als het een afslachting van bijvoorbeeld een kudde olifanten op het land zou betreffen, dan zou dit tot een nog grotere wereldwijde afschuw oproepen. Sommige mensen lijken te denken dat hetgeen wat men dieren op het land nooit zou aandoen, wel acceptabel is bij dieren in zee.

Wij zijn in ieder geval geen buitenstaanders omdat de grienden niet aan de Faeröerders behoren. Zowel zij die hen beschermen als zij die hen proberen af te slachten hebben evenveel voorrecht wat betreft deze soort. Ze zijn niet opgegroeid op boerderijen op de Faeröereilanden. Ze zijn wilde burgers van de zee, vrij en veelzijdig, die alleen de kusten van de Faeröereilanden hoeven te vrezen.
Een reden dat de Faeröerders de hele groep doden, volgens een walvisjager die ik sprak, is dat ze vrezen dat de walvissen de gevaren van de Grind doorgeven aan andere walvissen en dat daardoor de anderen de moordgebieden van de Faeröer zouden mijden. Met andere woorden: dode walvissen verspreiden geen verhalen.

Al die mensen zijn met een reden aanwezig bij de afslachting. Iedereen heeft een taak waarvoor bepaalde vaardigheden nodig zijn, die van generatie op generatie doorgegeven zijn. Hoe meer mensen deelnemen aan de griendenjacht, hoe sneller het gebeurd is.

Een aantal van hen jaagt de walvissen met boten naar de kust om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk walvissen het strand op zwemmen.

Een aantal van hen waadt in het water en trekt de overgebleven walvissen, met de (gebogen) haken in hun luchtgaten, het laatste stuk het strand op. Dat is de snelste manier om het te doen. De scherpe haken die soms op foto’s van de afslachting te zien zijn worden ALLEEN gebruikt om de reeds gedode walvissen te verplaatsen.

Kapitein Paul Watson: Met andere woorden, de scherpe haken zijn vergelijkbaar met de picadors van het stierengevecht en bedoeld als een pijnlijke manier om de beweging en het gedrag van dieren te controleren. Stel je voor dat slachthuizen elders een haak in de neusgaten of bek van een koe of varken zouden slaan om ze zo naar het slachthuis te slepen. Dat zou illegaal zijn. In Two Minutes wordt de haak beschreven als: “De haak wordt in de hoofden van de walvissen geslagen opdat ze richting de jager in een boot of richting de kust getrokken kunnen worden.”

Niettemin wordt de afslachting als menselijk beschreven. Van het doodknuppelen van zeehondenjongen tot de afslachting van kangoeroes, overal waar dieren gedood worden verklaren de moordenaars hun acties altijd als “menselijk”. Het is gewoon een modewoord geworden om wreedheden aan de natuur te beschrijven.

Om er voor te zorgen dat de walvis zo snel mogelijk gedood wordt, staat een aantal mensen klaar op het strand om de ruggengraat van de walvis met een mes in één beweging door te snijden, op het moment dat de walvis in de juiste positie ligt. Recentelijk is er een nieuwe dodingmethode ontwikkeld: een speciaal gereedschap dat de ruggengraat in een oogwenk doorsnijdt. Dit betekent dat elke walvis gemiddeld binnen vier tot vijf seconden (!) sterft – en niet binnen minuten zoals door veel buitenstaanders beweerd wordt.

Kapitein Paul Watson: Onze crew heeft de afslachting geobserveerd en gefilmd. Walvissen sterven niet in vier tot vijf seconden of zelfs niet in twee minuten. We hebben gezien dat walvissen het uitkrijsen van de pijn gedurende meer dan tien minuten van marteling. Stel je voor dat je met een mes in vijf seconden de ruggengraat van een stier doorsnijdt. Dat is niet mogelijk. Als dat mogelijk zou zijn, dan zouden slachthuizen geen verdovingsgeweer gebruiken. Walvissen zijn veel moeilijker te doden dan stieren. Stel je voor dat je in vijf seconden een olifant doodt door de ruggengraat met een mes door te snijden. Grienden kunnen twee en een half ton wegen, ze verplaatsen zich met veel kracht door het water, ze springen en duiken. Hoe is het mogelijk dat iemand in minder dan vijf seconden de ruggengraat van bewegende dieren in een dergelijke worsteling efficiënt doorsnijdt? Het is hetzelfde als een cowboy vragen om de ruggengraat van een paard door te snijden terwijl hij probeert in het zadel te blijven zitten. Het is absurd dat ze mensen willen laten geloven dat deze walvissen zo snel gedood worden.

Een aantal mensen brengt de gedode walvissen elders waar het vlees gesneden, verdeeld en verspreid wordt in de gemeenschap. Elk stukje vlees of spek wordt gebruikt voor consumptie en iedereen krijgt zijn deel gratis. Er bestaat een wet die stelt dat er niets wordt weggegooid en dat alle restanten, zoals botten, schedel en ingewanden die niet geschikt zijn voor consumptie, binnen 24 uur moeten worden afgevoerd.

Daarom dumpt men de botten, schedel en ingewanden in het diepe water van de oceaan met sterke stromingen, waar zij waarschijnlijk ook terecht zouden zijn gekomen als de walvissen een natuurlijke dood gestorven waren.

Kapitein Paul Watson: We hebben gefilmd dat hele kadavers in zee gedumpt werden. Vanwege de restricties op het eten van walvisvlees, veroorzaakt door het zwaar giftige kwik in het vlees, worden er meer walvissen gedood dan er gegeten kunnen worden. We hebben het dumpen van hele kadavers in zee gedocumenteerd en een aantal van deze kadavers werd ook verbrand.

En een aantal mensen neemt hun kinderen mee, om hen van A tot Z te laten zien hoe dit allemaal gebeurt. Niet voor vermaak, maar om hen de gang van zaken over het leven op deze eilanden en hoe de mensen hier overleven te leren. Zo wordt het al vele eeuwen gedaan.

Kapitein Paul Watson: Zij nemen niet alleen hun kinderen mee, zij staan toe dat hun kinderen meedoen. Wij hebben gedocumenteerd dat kinderen met foetussen spelen, ogen uitsteken en walvissen met messen snijden. Ook hier is de Faeröerse vergelijking met slachthuizen absurd omdat medewerkers van slachthuizen hun kinderen niet meenemen naar het werk zodat ze zich met kadavers kunnen vermaken.

A father knocking out a whale tooth for his son in the Faeroe IslandsEen vader slaat een tand uit een walvis voor zijn zoon op de Faeröereilanden.

Ja, er is veel bloed – dit zijn erg grote dieren. Als ze correct gedood worden verliezen ze direct veel bloed. Als de zee snel rood kleurt, is het een teken dat het doden snel en doeltreffend is geweest.

Kapitein Paul Watson: Ik denk dat het aannemelijk is, dat ze grote hoeveelheden bloed verliezen, zelfs als ze verkeerd gedood worden.

Het aantal walvissen in een groep ligt meestal tussen de vijftig en tweehonderd dieren. Het werkelijke doden van ALLE walvissen uit de groep duurt ongeveer tien tot vijftien minuten. Misschien kan het tot twintig minuten duren als er veel walvissen in een groep zijn, maar heel zelden is het meer dan dat. Niet langer dan het doden van varkens in een slachthuis.

Kapitein Paul Watson: Zoals eerder opgemerkt is de gemiddelde tijd volgens het boek Two Minutes 28 minuten. Het duurt geen 28 minuten om een varken in een slachthuis te doden, maar als hij naar een groep varkens verwijst is dit geen geldige vergelijking. Er worden geen hele kuddes wilde varkens bij elkaar gedreven en afgeslacht. De tijd is natuurlijk afhankelijk van het aantal varkens. Deze voortdurende verwijzing naar slachthuizen is bedoeld om bezorgdheid weg te nemen en om anderen, die wel vlees eten, zich schuldig te laten voelen. Wilde dieren worden echter niet geslacht in slachthuizen en de omstandigheden zijn volkomen verschillend.

Het traditionele dieet in gevaar. Niet vanwege de Faeröerders, maar vanwege de buitenwereld.

Zoals ik eerder vermeldde, hebben opgravingen aangetoond, dat grienden al meer dan 1200 jaar deel uitmaken van het voedselpatroon op de eilanden. De walvisjacht wordt sinds 1584 bijgehouden en de aantallen laten zien dat de Faeröer eilanden jaarlijks gemiddeld 850 grienden uit de Noord-Atlantische populatie van vermoedelijk 750.000 stuks (volgens wetenschappelijke studies) vangen. Sommige jaren meer, andere jaren minder.

Kapitein Paul Watson: Het aantal grienden is volgens het IUCN (Internationale Unie voor Natuurbescherming) onbekend. Dit aantal van 750.000 is afkomstig van de Faeröerders en heeft geen wetenschappelijke geloofwaardigheid. We weten gewoon niet hoeveel grienden er zijn. Toen in de jaren ’50 en ’60 in Newfoundland de grienden werden afgeslacht voor nertsenvoer, verklaarden de Canadese regering, de nertsboeren en vissers ieder jaar, dat de bevolking van grienden duurzaam was. Halverwege de jaren ’60 daalde de populatie en is nog steeds niet hersteld.

Grienden staan niet op de lijst van bedreigde soorten. Volgens de Faeröerders hebben ze in al de jaren dat ze grienden hebben gedood geen afname van het aantal groepen die in de buurt van de eilanden zwemmen waargenomen. Natuurlijk is er altijd enige schommeling door natuurlijke oorzaken, omdat bijvoorbeeld in sommige jaren het voedsel van de grienden – inktvissen – verder van de Faeröerse kusten zwemt dan andere jaren. De Faeröerders zijn er echter van overtuigd dat het doden nog steeds duurzaam is. Mochten de aantallen afnemen dan is het vrijwel zeker niet de schuld van de Faeröerders. Het is zeer waarschijnlijk als gevolg van veranderingen in het natuurlijke leefmilieu van walvissen, veroorzaakt door vervuiling.

Kapitein Paul Watson: Eens zien; wij en niemand anders doden grienden, maar als ze uitsterven zijn wij niet verantwoordelijk. De Faeröerders noemen vervuiling en geven andere landen de schuld zonder na te denken over het feit dat zij auto’s rijden, apparaten bezitten en deel uitmaken van het materiële rijkdom van geïndustrialiseerde diensten met inbegrip van een van de meest wrede en efficiënte visserijindustrieën ter wereld. En toch treft hen geen schuld?

Bedenk dat het Faeröerse onderzoekers zijn, die de grienden hebben bestudeerd en die het probleem van de besmetting van de walvispopulatie en het gevaar van kwikvergiftiging onder de aandacht van de wereld hebben gebracht. Waarom zou de Faeröerders dat doen als het hen niets kan schelen?

Kapitein Paul Watson: Ze zouden zeker bezorgd moeten zijn over de gezondheidskwesties van methylkwikvergiftiging, maar helaas negeren sommige Faeröerders de waarschuwingen en geven hun eigen kinderen meer dan aanbevolen hoeveelheid vlees.

In werkelijkheid zijn de Faeröerders zich goed bewust van het feit dat zij voor de natuur – waaronder de walvissen en hun aantallen – moeten zorgen. Omdat het walvisvlees al eeuwenlang van levensbelang is voor de Faeröerders, zijn ze zich er terdege van bewust hoe belangrijk het is deze natuurlijke bron te behouden, het gezond te houden en het afslachten duurzaam te houden. Daarom doden ze, zoals ze altijd al hebben gedaan, niet meer dan noodzakelijk en niet genoeg om de soort in gevaar te brengen. Het komt voor, dat grienden terug naar zee worden gedreven omdat de autoriteiten hebben begroot dat mensen genoeg walvisvlees hebben ontvangen.

Kapitein Paul Watson: Walvisvlees wordt verspild en weggegooid. Het is niet waar dat de gehele walvis wordt gebruikt. Het dumpen van walvisvlees is vastgelegd.

Mensen eten niet meer dan de onderzoekers aanbevelen. Het is echter ook belangrijk om op te merken dat, ondanks een waarschuwing van de onderzoekers, zij ook het feit erkennen dat walvisvlees rijk is aan meervoudig onverzadigde vetten en essentiële vitaminen en mineralen, zoals selenium. Dat betekent dat er nog steeds gezondheidsvoordelen te behalen zijn door het eten van walvisvlees, mits men er gewoon voor zorgt dat de consumptie beperkt wordt.

Kapitein Paul Watson: Een aantal walvisjagers pocht, dat de wetenschappers niet weten waarover ze praten en eten meer dan aanbevolen. De jaarlijkse consumptie van walvisvlees ligt daardoor veel hoger dan de totale toegestane hoeveelheid.

Cruciaal om vroeger te overleven en dat is in zekere zin nog steeds zo.

Het was vroeger op deze geografische ligging vrijwel onmogelijk om groentes (en dus de vitaminen daarin) te bemachtigen en toen was het doden van grienden beslist van groot belang om te overleven. Solidair deelden mensen het vlees met elkaar. Volgens regels die duizenden jaren geleden gemaakt zijn, werd het vlees verspreid onder de lokale gemeenschap. Vooral bejaarden, zieke mensen en weduwen kwamen hiervoor in aanmerking. Het is een traditie, die de Faeröerders tot op de dag van vandaag in ere hebben gehouden. Ze doden nog steeds geen walvissen voor commerciële doeleinden.

Kapitein Paul Watson: We hebben gezien en vastgelegd, dat walvisvlees in Faeröerse supermarkten wordt verkocht en het wordt ook verkocht in Denemarken. Verkopen is een commerciële activiteit.

Het is gewoon een kwestie van een hele gemeenschap in een wrede en onherbergzame omgeving, op een aantal geïsoleerde eilanden in het midden van de Noord-Atlantische oceaan, helpen te overleven. De grienden worden derhalve nog steeds erg gewaardeerd door de Faeröerders als levensreddende donateur en als symbool van een unieke solidariteit onder de eilandbewoners.

Maar waarom doden de Faeröerders nog steeds grienden in de hedendaagse tijd? Is het nodig? Dit is een lastige vraag, want het is enigszins ingewikkeld om uit te leggen waarom de mensen hier het op de een of andere manier nog steeds nodig vinden grienden te doden – zelfs als het vlees besmet is. Nogal onbegrijpelijk, niet?

Kapitein Paul Watson: Nee, niet onbegrijpelijk als de walvissen om traditionele redenen, met andere woorden voor sport, gedood worden. Veel Faeröerders bekennen dat ze gewoon graag walvissen doden.

Waarom het vroeger nodig was zou men kunnen begrijpen, maar tegenwoordig? Waarom in deze tijd? Nou… de Faeröerse economie is nog steeds zwaar afhankelijk van primaire productie en is pas onlangs begonnen aan de opmars van de secundaire en tertiaire voorzieningen. Zelfs vandaag de dag is het vaak moeilijk om bedrijven te runnen en rond te komen in dit afgelegen gebied. Het is duur om groenten te importeren en te kopen. De economie fluctueert hier nog veel meer dan in andere landen in de moderne wereld, omdat het Faeröerse inkomen afhankelijk is van het fragiele evenwicht van de natuur en de vaak heel onregelmatige seizoenen.

Kapitein Paul Watson: De Faeröerders ontvangen jaarlijkse enorme subsidies uit Denemarken en dus de Europese Unie, ondanks het feit dat zij claimen niet bij de EU te horen. Dit is handig want het doden van walvissen is door de EU verboden. Met andere woorden: zij ontvangen de Europese voordelen zonder de Europese verantwoordelijkheden.

Begin jaren ’90 was er een enorme economische crisis met als gevolg dat bijna een kwart van de bevolking van de eilanden vertrok. Delen van de overgebleven bevolking overleefden door elkaar te helpen, bijvoorbeeld door goederen te ruilen zonder dat er geld bij betrokken was. In die jaren was walvisvlees een erg belangrijk deel van de vleesconsumptie. Een kwart van de gehele vleesconsumptie was walvisvlees.

Kapitein Paul Watson: Hoe is dit mogelijk als de schrijver al heeft verklaard dat de Faeröerders zich houden aan de gezondheidsvoorschriften betreffende de consumptie van walvisvlees? De consumptie zou niet boven de aanbevolen toegestane grenzen mogen komen. Ze spreekt zichzelf tegen.

In de ogen van de Faeröerders betekent het dat grienden tot vandaag de dag een van de belangrijkste factoren voor hun voortbestaan zijn. Vooral in tijden van economische crisis. Crises en recessies komen op eilanden zoals de Faeröer, met ruwe natuurlijke omstandigheden en kwetsbare homogene economieën, relatief vaak voor. Deze hachelijke situaties treffen de eilandbewoners meestal hard.

Kapitein Paul Watson: De Faeröerders hebben één van de hoogste levensstandaarden in de hele wereld. Ze zijn niet arm, verre van dat. Er zijn geen daklozen in de Faeröereilanden.

De bewoners van de Faeröer zijn gewend zichzelf te redden door van tijd tot tijd terug te gaan naar de basisprincipes. Zelfs als ze ogenschijnlijk vandaag de dag een modern leven lijken te leven. Uit bittere ervaring denken de Faeröerders echter nooit ver van de volgende crisis te zijn en derhalve ook nooit ver van de basisprincipes van het leven.

Momenteel woedt een wereldwijde economische crisis, die de Faeröerse bevolking ook getroffen heeft. Eén van de twee grootste banken in de Faeröer ging dit jaar failliet en we hebben nog steeds de omvang van de gevolgen van deze ernstige bankcrisis niet gezien.

Kapitein Paul Watson: Ze zijn door Denemarken uit de brand geholpen.

Nu we allemaal getroffen zijn door de aanhoudende wereldwijde economische crisis, is het bijvoorbeeld logisch dat de Faeröerders denken dat, indien de crisis in de toekomst verergert, het doden van walvissen misschien nog steeds erg belangrijk is voor overleving. Dus waarom zouden we stoppen en daarmee alle vaardigheden betreffende het doden van grienden verloren laten gaan? Deze vaardigheden kunnen op een dag goed van pas komen als alles in elkaar stort. Wanneer de rest van de wereld bijvoorbeeld onverwachts in brand vliegt, zullen de Faeröerders ontdekken dat ze afgezonderd zijn en dat ze er ver weg op de oceaan alleen voor staan. Volledig afhankelijk van wat er lokaal beschikbaar is.

Kapitein Paul Watson: Dit klinkt erg paranoïde, bekrompen en volstrekt onrealistisch. Het klinkt meer als een wanhopige greep naar rechtvaardiging voor het afslachten van grienden.

Dat is deels de reden waarom de Faeröerders zich zo hebben verzet tegen het opgeven van deze traditie, ook al beschouwen ze zichzelf vandaag de dag in vele opzichten als moderne, beschaafde mensen en zijn ze in betere tijden meestal niet zo afhankelijk van walvisvlees als voorheen. Zij willen echter hun aangeboren vaardigheden in het bijeendrijven en doden van grienden behouden, omdat ze nog steeds vinden dat ze in een omgeving leven waar ze er alleen voor staan. Zo is de beste garantie voor overleving samenwerking met de natuur.

Kapitein Paul Watson: Moeten de Amerikanen het vangen van bevers en het jagen op bizons in ere houden? Moeten de koppensnellers van de Salomonseilanden doorgaan zodat hun vaardigheden niet vergeten worden? We moeten ons ontwikkelen tot een punt waar culturele tradities niet gebruikt kunnen worden om mishandeling en uitsterving van soorten te rechtvaardigen.

Ze vertrouwen liever op wat ze rechtstreeks van hun natuurlijke omgeving kunnen onttrekken, dan te aanvaarden dat ze volledig afhankelijk zijn van import en van de ingewikkelde, frauduleuze, economische systemen van de moderne wereld. Ze hechten daar veel waarde aan, omdat zij trots zijn op hun oude tradities die hen zo lang hielpen te overleven. Natuurlijk houden ze vast aan datgene waarbij ze zich het veiligst, sterkst en minst kwetsbaar voelen.

Kapitein Paul Watson: Stimuleren wreedheid en afslachting kracht en veiligheid?

Verkeerd begrepen door de buitenwereld

Laten we er nog eens naar kijken. Natuurlijk is het voor mensen van buiten de Faeröer moeilijk om het gedrag van de Faeröerse bevolking te begrijpen, vooral als zij zelf nooit ervaren hebben dat hun leven afhankelijk was van wat ze rechtstreeks uit de wilde natuur konden onttrekken. Het is niet meer dan logisch dat ze dit verontrustend vinden, als zij zich uitsluitend richten op de zielige dieren en niet op het levensonderhoud van de mensen, die wonen waar geen groenten gekweekt kunnen worden en waar men al zo lang moest overleven met die middelen die ze tot hun beschikking hadden.

Kapitein Paul Watson: Niemand in de Faeröer is afhankelijk van het doden van walvissen. Geen enkel mens. Ze kunnen groenten kweken in de Faeröer en dat doen zij in kassen. Ook arriveren er dagelijks boten uit Denemarken, een van de meest efficiënte landbouwlanden in Europa.

De meeste mensen zouden zich waarschijnlijk behoorlijk hulpeloos voelen als ze een dier met hun blote handen moesten doden om een maaltijd op tafel te zetten. Ze hoeven zoiets walgelijks echter niet te doen omdat ze een modern, beschaafd leven leiden, met al het noodzakelijke binnen handbereik. Met al deze levensomstandigheden is het erg gemakkelijk te vergeten dat zij eigenlijk zelf ook van het doden van dieren afhankelijk zijn.

Kapitein Paul Watson: Ja, ze leven in dezelfde wereld als de Faeröerders en de Faeröerders halen hun voedsel, met uitzondering van vis, papegaaiduikers en natuurlijk walvissen, op dezelfde plaats als iedereen: de supermarkt. Tussen twee haakjes: Het aantal papegaaiduikers is ernstig afgenomen als gevolg van de consumptie van papegaaiduikers in de Faeröer en IJsland en de vernietiging van zandspiering (het voedsel van de papegaaiduikers) door de Deense visserij.

Natuurlijk weten zij dit, maar ze willen er liever niet te veel over nadenken. Ik geloof dat zij zichzelf niet als een soort roofdier willen zien. Maar het is een feit, dat de meeste mensen dieren eten zonder er ook maar over na te denken dat iemand het dier moest doden opdat zij het kunnen eten. Om deze feiten te verdringen heeft de moderne wereld een hele industrie vanuit menselijke behoeften gecreëerd. We doen er alles aan om ons te distantiëren van het feit dat wij mensen dieren uitbuiten, door het fokken van dieren voor consumptie zo onzichtbaar en (voor onszelf) zo pijnloos mogelijk maken, zodat we hun vlees kunnen eten. We willen er niets over weten zodat we het kunnen verbergen en er niet naar hoeven te kijken.

Kapitein Paul Watson: Er is wereldwijd een nog steeds groeiende groep vegetariërs en er zijn praktiserende vegetariërs op de Faeröereilanden. We hebben hen ontmoet. In de Faeröerse supermarkten zijn alle groenten, inclusief tropische groenten, beschikbaar. Alle vleesproducten die op het vasteland geconsumeerd worden zijn ook beschikbaar op de Faeröereilanden.

Kortom, het verbaast me niet waarom mensen zo boos zijn op de Faeröerders. Hoe kunnen mensen, die nooit dieren geslacht zien worden en die geen rechtstreeks contact met dieren hebben (behalve huisdieren natuurlijk), dan ook niet boos zijn? Hoe kunnen mensen die wilde dieren bijna altijd in de dierentuinen zien, of op tv of in entertainment zoals films – anders dan sentimenteel zijn over deze dieren. Hoe kunnen ze NIET geschokt zijn door de bloedige beelden van de walvisslachting? Het is heel begrijpelijk.

Kapitein Paul Watson: Het lijkt bijna alsof zij claimt dat samenlevingen die niet deelnemen aan het slachten van wilde dieren iets missen, minder menswaardig zijn, minder waard zijn dan de Faeröerse cultuur, waar het slachten beschouwd wordt als een deugd en iets om trots op te zijn.

Kunnen ze er echter zeker van zijn, dat hun eigen levensstijl een beter alternatief is? Kunnen ze er zeker van zijn, dat het correct is om zo hard en snel te oordelen, gebaseerd op alleen de gevoelens die een aantal schijnbaar brute afbeeldingen in hen oproepen? Kunnen ze er zeker van zijn dat ze zichzelf niet verblinden door hun eigen gevoel van rechtvaardigheid? Zitten zij zelf in een positie om naar anderen te wijzen?

Kapitein Paul Watson: Dat is niet de realiteit. De Faeröerse levensstijl is de West-Europese levensstijl, met als enig verschil dat zij walvissen doden. Het kan worden vergeleken met de Spaanse levensstijl, waarbij het enige verschil het stierengevecht is. In Two Minutes schrijft Dalgaard: “De walvisjacht is het Faeröerse equivalent van de stierengevechten. Maar zo kalm, onverschillig en terughoudend als ze zijn om hun gevoelens in het dagelijks leven te laten zien, zo gewelddadig, vastbesloten en gedreven worden ze als ze door de walvisjacht bezeten worden.” Het verschil is natuurlijk dat stierenvechten nu verboden zijn in Catalonië en dat er een populaire en groeiende beweging in de rest van Spanje op tegen is. Het stierengevecht zal binnenkort voorgoed over zijn en zo hopelijk ook de Grind.

Wat zij niet weten (of misschien wil niet willen weten), is dat zij zelf zeer waarschijnlijk een veel grotere bedreiging voor natuur en de walvispopulatie wereldwijd vormen dan de Faeröerders ooit zullen zijn. Hun moderne manier van leven is gebaseerd op een zwaar vervuilende massa-industrie, die op de lange termijn veel meer vervelende gevolgen voor de natuur heeft – waaronder de walvissen. Hun voedselconsumptie is afhankelijk van een vaak zeer verontreinigende landbouw. Of van al die arme dieren die gedomesticeerd zijn, doordat ze hun hele leven in gevangenschap hebben geleefd. Vaak onder vreselijke omstandigheden, volledig aangewezen op de barmhartigheid van de mens, gefokt voor slechts één doel: Vlees voor de mens. Anderzijds is gebleken dat, doordat de dieren een vrij leven leiden tot het moment dat ze gedood worden, de oude Faeröerse manier van leven veel meer zelfvoorzienend is, met veel minder gevolgen voor natuur.

Kapitein Paul Watson: Toch zijn de Faeröerders gelijke deelnemers in deze moderne manier van leven. Ze hebben dure auto’s, dure boten en een dure smaak, net als de rest van Europa. Het is erg arrogant van de schrijfster om te zeggen dat ze uitzonderlijk eenvoudig zijn, omdat ze vasthouden aan een barbaarse traditie om hun moderne materialisme te “compenseren”.

Wat kunnen we allemaal leren?

Wat kunnen we er aan doen? Ik weet het niet… Is het mogelijk om van elkaar te leren en de kloof tussen de oude (en eigenlijk milieuvriendelijkere) Faeröerse traditionele manier van leven en het moderne leven te verkleinen…? Dat is de grote vraag…

Zijn grienden specialer dan zoveel andere gevoelige wezens die mensen voor voedsel doden? Zouden ze daarom een speciale behandeling moeten krijgen? (Zoals ik eerder heb vermeld staan grienden niet op de lijst van bedreigde soorten.) Ik weet het echt niet. Ik stel gewoon de vraag. Wie zou er moeten beslissen waar de grens ligt tussen welke dieren er voor voedsel gedood mogen worden en welke niet? Als de mate van sociale vaardigheden van dieren het criterium is, dat bepaalt welke dieren geschikt zijn voor voedsel en welke niet, waarom doden we dan varkens of kippen? Dat zijn erg sociale dieren. Als intelligentie de maatstaf zou zijn, dan horen varkens zeker niet op de lijst. Uit het meest recente onderzoek blijkt dat inktvissen zeer intelligente wezens zijn, maar toch eten we ze. Ja, zelfs grienden eten inktvis! Wat vinden we daar van? Beschouwen we dat als onmenselijk en onaanvaardbaar gedrag?

Kapitein Paul Watson: Als de rest van de wereld grienden niet doodt, maar hen juist redt als ze in een benarde positie verkeren en gestrand zijn, waarom zouden de Faeröerders dan speciale dispensatie moeten krijgen om hen af te slachten? Grienden zijn wilde, vrij bewegende, migrerende dieren en ze zijn geen eigendom van degenen in de Faeröer, die hen van hun leven beroven vanuit een aan zichzelf toegekend recht.

Als het lijden van de walvissen de grote zorg is, is er dan iemand die met een betere manier van doden kan komen, om het meer “menselijk” te maken (wat dat ook mag betekenen)? Ik ben er absoluut zeker van, dat de Faeröerders daar open voor zullen staan en graag vriendelijk advies aan zullen nemen. In het verleden hebben ze bewezen dat ze dat hebben gedaan; ze hebben geluisterd naar kritiek, mits rechtvaardig, en hebben hun gewoontes veranderd.

Kapitein Paul Watson: Ja, als antwoord op onze campagnes in de jaren ’80 hebben ze een aantal van hun methoden veranderd, de dodingmethode. Grappig is dat de dodingmethode niet sterk verbeterd is, alsof het een soort van deugdzame vooruitgang is. Maar de simpele conclusie van dit probleem is dat er geen menselijke manier bestaat om een walvis te doden. De schrijfster geeft zelfs toe dat ze niet begrijpt wat het woord “menselijk” eigenlijk betekent.

Om de Faeröerders te vragen met deze praktijken te stoppen en gewoon vegetariërs te worden zou een beetje onrealistisch lijken, gezien de hoge prijs van groenten in de Faeröer doordat alle groenten van ver geïmporteerd moeten worden. En het lijkt een beetje hypocriet aan de Faeröerders te vragen om te beginnen met het importeren van meer vlees van andere dieren, die misschien minder menselijk behandeld worden dan de walvissen. Dit vlees zou ook geïmporteerd en vervoerd moeten worden over grote afstanden in zwaar vervuilende vrachtschepen, die schade aanbrengen aan de leefomgeving van de walvissen (namelijk de oceaan) en vervuiling van de walvissen veroorzaken... Nee, er bestaat geen eenvoudige oplossing.

Kapitein Paul Watson: Aangezien ze reeds decennia vlees en groenten importeren zouden ze daar niet mee hoeven te beginnen. Ze vervoeren de goederen al in schepen en vliegtuigen. Ze zouden dus de Grind niet hoeven in te wisselen voor geïndustrialiseerde landbouw en vervoer, dat hebben ze namelijk al. Het lijkt alsof ze zowel de materiële voordelen als de luxe van het moderne leven met behoud van de oude tradities willen. Zouden ze bereid zijn om het moderne comfort op te offeren om uitsluitend op de oude manier te leven? Ik denk het niet.

Dus… als u echt geïnteresseerd bent om het beste voor de walvissen te doen (en niet slechts blindelings achter een aantal opruiende schreeuwers aan loopt om zo uw agressie te uiten), probeer dan om de feiten juist te hebben en handel dan net zo respectvol zoals u zou willen dat de Faeröerders zouden moeten handelen. Ga alstublieft een opbouwende dialoog aan.

Kapitein Paul Watson: Verbazingwekkend dat ze verzet tegen wreedheid en afslachting beschrijft als agressief gedrag. Dit is te vergelijken met Faeröerse walvisjagers die ons afgelopen zomer psychopaten noemden, omdat we ons verzetten tegen de afslachting. Hoe kun je een opbouwende dialoog aangaan met mensen die genieten van het doden? Afgelopen zomer heb ik inderdaad geprobeerd om een dialoog te beginnen, maar een plek om ergens in de Faeröer te spreken werd me geweigerd. Blijkbaar heb je alleen vrijheid van spreken als je die dingen zegt waarvan zij het er mee eens zijn. In feite betekent dialoog dus het steunen van de griendenafslachting.

Nou, dit is dus mijn visie hierop. Andere mensen, ook Faeröerders, kunnen het oneens zijn met mij. Maar hoe dan ook… dit is een belangrijk onderwerp om te bespreken! Als u geïnteresseerd bent om meer over dit onderwerp te weten, lees dan ook de pagina over de griendenjacht op mijn andere website. Met name de laatste drie tot vier stukken over waarom alle antiwalvisvangst campagnes mislukt zijn en misschien juist de grienden nog meer in gevaar brengen…!

Kapitein Paul Watson: Juist, wij die tegen het doden zijn, brengen de grienden in gevaar, omdat wij tegen het doden van grienden zijn? Met andere woorden: De walvisvaarders zullen uit trots meer dieren doden als wij ons niet aanpassen aan hun manier van denken.

Het punt dat ik probeer te maken is dit: Hoe meer mensen van buiten de Faeröer de Faeröerders veroordelen en hoe meer zij de Faeröerders straffen door hun exportgoederen niet te kopen of door niet naar de eilanden te reizen, des te geïsoleerder zullen de Faeröer van de rest van de wereld raken. En des te meer zij zullen ernaar neigen hun oude tradities in stand te houden, wat uiteindelijk betekent dat meer grienden gedood zullen worden!

Kapitein Paul Watson: Dus volgens haar is het doden de afkeuring van miljoenen mensen over de hele wereld waard, omdat niemand hen gaat vertellen wat ze mogen doden. En als de rest van de wereld het niet eens is met ons? Goed, dan gaan we er in een driftbui nog meer doden. Waarom? Omdat wij dat kunnen. Niet omdat we het nodig hebben en niet omdat we moeten. Maar gewoon omdat we barmhartige en zorgzame mensen van over de gehele wereld, wiens misdaad en zonde is dat ze empathie hebben voor het lijden en leven van prachtige, intelligente, sociaal complexe, schitterende levende wezens, kwaad willen maken.

Elin Brimheim Heinesen, 8 september 2009

 

Evenementen:

28 mei
Hilversum
17 & 18 juni
Vorden
23 & 24 juni
Ysselstein

Sites werldwijd:

Australië België Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: