Charlie en de warmbloedige tonijnenblues

1 juli 2011

Charlie en de warmbloedige tonijnenblues 

Commentaar door Kapitein Paul Watson 

Photo: Simon AgerSorry Charlie, maar zelfs jij moet er aan geloven. Met een gemiddelde prijs van $ 70.000,-USD per blauwvintonijn zijn zelfs de dagen van die arme ouwe Charlie geteld. (Charlie the Tuna was de mascotte van de ingeblikte tonijn van het Amerikaanse merk StarKist – red.). Er wordt systematisch gejaagd op deze schitterende en unieke vis om te voldoen aan de onverzadigbare vraag naar zijn vlees, voornamelijk in Japan maar ook in sushibars over de hele wereld, van Peru tot Parijs, van Tokio tot Toronto en alle plaatsen daar tussenin.

De populaties blauwvintonijn, de enige warmbloedige vis in de zee en als de snelste zwemmer ter wereld de nautische tegenhanger van het jachtluipaard, worden in een alarmerend tempo gedecimeerd. Toch blijft deze vis zo goed als onbeschermd omdat felle economische en politieke weerstand voorkomen dat het dier op de lijst van beschermde diersoorten wordt geplaatst omdat hij zoveel meer oplevert als hij op een bord wordt geserveerd. Ik noem dit economische uitroeiing, omdat het vlees van deze grote vis wordt omgezet in grote sommen geld en de visindustrie er alles aan doet om te voorkomen dat deze sterk bedreigde diersoort beschermd wordt omdat iedere vis meer geld waard is dan een luxe auto.

Economische uitroeiing werkt als volgt: Grote bedrijven hebben het leeuwendeel van de visindustrie overgenomen en voor deze bedrijven is het een kwestie van een korte-termijninvestering om te komen tot een korte-termijnwinst. Dit komt neer op een maximalisering van de winst op korte termijn ten behoeve van de aandeelhouders door middel van een maximalisering van de exploitatie. In het geval van de blauwvintonijn betekent dit, dat hoe meer blauwvintonijn er gevangen wordt en wordt ingevroren in koelwarenhuizen of in drijvende kooien wordt gehouden, hoe meer de aanvoer van blauwvintonijn vanuit hun natuurlijke ecosysteem af zal nemen. Afname betekent schaarste en schaarste gecombineerd met vraag betekent een toename van de waarde van de vis in de vrieshuizen en kooien. Als bedrijven maar genoeg vis kunnen opslaan en de vis wordt naar een commerciële of biologische uitroeiing toegeduwd, dan neemt de waarde van de vis die zij in voorraad hebben aanzienlijk toe. Kortom, de waarde van de vis die nu al voor gemiddeld $ 70.000,- per stuk verkocht wordt, zal de komende jaren onvermijdelijk verdubbelen en verdrievoudigen – tenzij we slagen in onze pogingen om deze te beschermen.

De markt voor blauwvintonijn is al jaren een goudmijn en zoals met alle goudmijnen het geval is, staat deze markt op het punt van instorten zodra de hoofdbron is uitgeput. Dit is slecht voor onze planeet en de locale vissers, maar uitermate gunstig voor de aandeelhouders van de bedrijven die de oceanen verkrachten en daar de vruchten van plukken. Zij hebben geen gevestigd belang bij het overleven van de industrie of de diersoort. Hun belang bestaat uit winst op korte termijn die opnieuw kan worden geïnvesteerd in andere sectoren, variërend van elektronica tot entertainment tot het opsporen van gas en olie.

“Sorry Charlie" was lange tijd een slogan die gebruikt werd door een Amerikaanse fabrikant van tonijn om de verkoop van tonijn in blik te stimuleren. Het draaide om een (schijnbaar gestoorde en suïcidale) tonijn met weinig eigenwaarde die Charlie heette en voor wie het een obsessie was om gevangen, geslacht, ingeblikt en aan mensen geserveerd te worden. Maar wat Charlie ook probeerde om zichzelf om zeep te helpen, het was nooit goed genoeg, omdat alleen de beste tonijn afgeslacht werd en ze vonden Charlie niet goed genoeg voor de vishaken. Charlie werd altijd afgebeeld als een connaisseur van wijn en voedsel, boeken en kunst. Als antwoord hierop zei de tonijnfabrikant steevast, “Sorry Charlie. We willen geen tonijn met een goede smaak, we willen tonijn die goed smaakt.” Om de een of andere reden was deze advertentiecampagne over een tonijn die gevangen, verminkt, gedood en geslacht wil worden zo populair dat de uitroep “Sorry Charlie” zelfs vandaag de dag nog deel uitmaakt van de Amerikaanse cultuur.

Maar geen van de tonijnverwerkingsbedrijven zegt tegenwoordig nog "Sorry Charlie". Iedere warmbloedige vis in de zee is nu zeer in trek en ieder van hen heeft een prijs op zijn hoofd staan van tenminste $ 70.000,-USD. Sommige blauwvintonijnen zijn op de Japanse markt zelfs voor meer dan $ 300.000,-USD verkocht!

In maart 2010 weigerde CITES (de Conventie van Internationale Handel in Bedreigde Dier- en Plantsoorten) onder druk van Japan, China en Libië om de blauwvintonijn als bedreigde diersoort aan te merken. Dit jaar weigerde ook de Verenigde Staten om de blauwvin als bedreigd te erkennen. De beslissing was niet gebaseerd op wetenschap maar op omkoping en politieke overwegingen.

De enige officiële organisatie ter wereld die verantwoordelijk is voor de bescherming van de blauwvin is de ICCAT (de Internationale Commissie voor het Behoud van Atlantische Tonijn) en deze groep bestaat uit bedrijven die op tonijn vissen. Op 5 november 2010 kwam de ICCAT in Parijs bij elkaar om het quotum voor 2011 vast te stellen. Tegen alle wetenschappelijke aanbevelingen in, gaf de ICCAT haar goedkeuring aan een visseizoen dat loopt van 15 mei tot 15 juni 2011, precies tijdens het voortplantingsseizoen van de blauwvin en midden in het gebied waar zij kuit schieten. Waarom? Omdat ze op die plek en op dat tijdstip makkelijker te vangen zijn.

Sea Shepherd Conservation Society riep op tot een quotum van nul, terwijl de meest andere niet-overheidsorganisaties (NGO’s) om een quotum vroegen van maximaal 6.000 ton. Desondanks stelde de ICCAT het quotum vast op 12.900 ton. Het quotum is ieder jaar een beetje terug gebracht vanwege de afname van de hoeveelheid vis; vorig jaar bedroeg het quotum 13.500 ton.

Photo: Gary StokesSea Shepherd keerde dit jaar wederom terug naar de Middellandse Zee en hoewel we succes hebben geboekt met het voorkomen en tegenwerken van het plaatsen van netten in de wateren voor de kust van Libië, waar alle visserij was verboden, raakten we gefrustreerd door onze onmacht om bewijs te verkrijgen of andere vissers op andere locaties wel legaal waren.

De inspecteurs van de ICCAT zijn eenvoudigweg een lachertje. We hebben nauwelijks bewijzen gevonden dat er geïnspecteerd is, we hebben tal van vaartuigen ontdekt zonder een inspecteur aan boord en één van de inspecteurs was zich er tijdens zijn communicatie met ons niet van bewust dat wij konden horen dat de vissers hem op de achtergrond instrueerden wat hij moest zeggen. Ze waren zich er ook niet van bewust dat wij bemanningsleden hebben die Arabisch spreken.

Toen we vroegen hoeveel vis er in de kooi zat, was het voor ons geen verrassing dat de inspecteur aarzelde en dat we vervolgens hoorden hoe de vissers hem op de achtergrond "informeerden" hoeveel vis er in de kooi zat en dat ze allemaal binnen de wettelijk toegestane afmetingen vielen.

Toen we één groep met schepen naderden en naar de inspecteur vroegen, werden we aangevallen door boze vissers die met katapulten stenen en metalen bouten op ons afvuurden. Ze begonnen de Steve Irwin en onze bemanning te bekogelen en probeerden onze schroef met een scheepskabel onklaar te maken. Werkelijk een vreemde reactie van zogenaamd legale vissers tegen een groep die strijdt voor het behoud van de tonijn en die alleen maar actie onderneemt tegen illegale activiteiten. We hebben ze makkelijk af weten te schrikken door hun aanval te beantwoorden met stinkbommen en ons waterkanon. We hielden stand tot een inspecteur van de ICCAT arriveerde. Onmiddellijk en zonder de vangst te inspecteren, verklaarde de inspecteur dat alles legaal en volgens de voorschriften was. Waarna wij ons afvroegen waarom al die vijandigheid nodig was als ze werkelijk aan de wettelijke eisen voldeden. Ze gedroegen zich in ieder geval zeker alsof ze iets te verbergen hadden.

ICCAT heeft een herstelprogramma voor de blauwvintonijn dat rekening houdt met een kans van 60% dat de vispopulatie zich in acht jaar zal herstellen, tegen het jaar 2020. Zoals de voorzitter van Sea Shepherd, Lamya Essemlali, heeft gezegd: “Zou er iemand zijn die in een vliegtuig stapt dat slechts een kans van 60% heeft om zonder neer te storten op zijn bestemming aan te komen?”

Toen Sea Shepherd in 2010 voor het eerst Operatie Blue Rage lanceerde, gingen we er van uit dat de vis op de lijst met bedreigde diersoorten zou komen te staan en dat we alleen stropers hoefden te zoeken en lokaliseren. We hadden er niet op gerekend dat de stropers een systeem zouden opzetten waarbij het onmogelijk zou zijn om te bepalen of iemand een stroper was of niet.

We werden ook beschuldigd van racisme omdat we probeerden ons te bemoeien met wat de Japanners als hun “voedselcultuur” hebben bestempeld.

In 2010 hebben we tal van kooien geïnspecteerd die waren gevuld met levende tonijn en die terug gesleept werden naar opslagkooien in Malta, Libië of Tunesië. Ze werden grotendeels beschermd door de marine van Frankrijk, Libië of Malta en hadden inspecteurs van de ICCAT aan boord om zogenaamd te bewijzen dat hun activiteiten legaal waren. Uiteindelijk vonden we één operatie die geen inspecteur aan boord had en die weigerde om papieren te laten zien. En dus sneden we de netten door en bevrijdden daarmee ongeveer 800 gevangen vissen, een actie die door iedereen veroordeeld werd, van Greenpeace tot de ICCAT. Het lijkt erop dat alleen de lokale traditionele vissers van Malta onze inspanningen goedkeurden, waarbij ze verklaarden dat deze bedrijfstak hun traditionele vorm van visvangst, waarmee ze in hun levensonderhoud voorzien, vernietigde.

Naast het illegale vissen, de legale overbevissing en vervuiling, werd de blauwvin ook zwaar getroffen door het olielek van BP dat er voor zorgde dat miljoenen liters giftige ruwe olie en dispergeermiddel in de Golf van Mexico terecht kwamen. Dit is het gebied waar de blauwvin zijn kuit schiet.

Er zou een moratorium moeten worden ingevoerd op de exploitatie van alle blauwvintonijn, om ervoor te zorgen dat ze zich in aantal kunnen herstellen. Maar met zo’n enorme prijs op hun hoofd, lijkt een moratorium erg onwaarschijnlijk. Het is een feit dat de blauwvintonijn zonder moratorium zal uitsterven. Als gevolg van dit volledig te voorkomen uitsterven, zullen er een aantal dingen gebeuren: de wereld wordt beroofd van één van de meest unieke vissoorten in de zee; de prijs van de opgeslagen vis zal snel toenemen; de bedrijven en sushirestaurants zullen op korte termijn de vruchten van deze afname plukken; de vissers komen zonder werk te zitten en zullen waarschijnlijk degenen die de blauwvin probeerden te beschermen de schuld geven; de ecosystemen van de oceaan raken nog verder uit balans; en de zogenaamde “voedselcultuur” van de mens zal een andere vissoort kiezen om te serveren en uit te roeien terwijl ze hun genadeloze slachtpartijen verdedigen door iedereen die de vissoort probeert te beschermen van racisme te beschuldigen.

Sorry Charlie, maar het ziet er naar uit dat tonijn gewoonweg te waardevol is om te kunnen overleven.

 

Evenementen:

27 april
Amsterdam, NDSM Vrijhaven
5 mei
Vlissingen
6 mei
Podium Mozaïek, Amsterdam

Sites werldwijd:

Australië België Brazilië Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: