Zal dit Sea Shepherds laatste Antarctische campagne zijn?

29 januari 2011

Zal dit Sea Shepherds laatste Antarctische campagne zijn?

Commentaar door Kapitein Paul Watson

Zal dit de laatste Antarctische campagne van de Sea Shepherd Conservation Society zijn? Ik hoop het van harte, en de vooruitzichten zijn veelbelovend dat de walvisoorlogen in het walvisreservaat van de Zuidelijke Oceaan tot een einde komen. Het einde is nabij voor de Japanse walvisvaarders.

Zo zwak is de Japanse walvisvloot nog nooit geweest, met slechts een fabrieksschip en drie harpoenschepen. Het Shonan Maru nr. 2 beveiligingsschip maakt niet langer deel uit van de walvisvloot, en de verkenningsschepen nemen ook al geen deel meer aan de stropersactiviteiten.

Maar dit is de sterkste Sea Shepherd vloot ooit. We hebben drie schepen, een nieuwe helikopter met groter bereik, nieuwe apparatuur, en drie ongelooflijk toegewijde vrijwilligersbemanningen.

We hebben niets gehoord van Glen Inwood, of Ginza Glen, zoals wij hem noemen, de Nieuw-Zeelandse spreekbuis van de walvisvaarders. Hij is eigenaardig stil dit seizoen, en misschien is zijn public-relations contract met de walvisvaarders niet verlengd.

De Japanse economie is in moeilijkheden. De waarde van de Japanse yen is de laatste tijd aan het dalen, en het Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen (ICR) is uitgegroeid tot een economische strop voor de Japanse overheid, naast het feit dat het een constante irritatie is voor het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De walvisindustrie heeft ook een slechte naam gekregen door beschuldigingen van omkoping, verduistering en corruptie.

Elk jaar wordt Japan vernederd bij de Internationale Walvisvaart Commissie, en nu wil Australië Japan voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag slepen om hun activiteiten in het walvisreservaat van de Zuidelijke Oceaan te betwisten.

Op 20 januari 2011 hielden Kyodo Senpaku, de Japanse Walvisvaart Associatie, en het Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen een persconferentie.

Kazuo Murayama, de CEO van Kyodo Senpaku en het hoofd van de Japanse Walvisvaart Associatie (JWA), meldde dat "de jaaromzet (van walvisvlees) gedaald was met 30% tijdens de eerste helft van 2010." In antwoord daarop kondigde hij aan dat als gevolg hiervan de activiteiten van de JWA mogelijk zouden verminderen. Het Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen heeft aangekondigd dat het het aantal uitvoerende directeurs heeft teruggebracht tot één. Yoshihiro Fujise, de resterende directeur, verklaarde dat het "financiële model van dekking van de kosten van onderzoek door de verkoop van walvisvlees als een 'bijproduct' van het onderzoek, niet meer werkte."

Publicaties als New Scientist en mariene biologen uit de hele wereld hebben de zogenaamde wetenschappelijke verantwoording van de walvisvangst veroordeeld. De hysterische tirades van de ICR op Facebook, hun website en in persberichten zijn gericht op de veroordeling van Sea Shepherd Conservation Society. Wat zij piraterij, eco-terrorisme, en militant extremisme noemen, is gewoon wat wij voorzichtige anti-stroperij activiteiten noemen. Sea Shepherd verdedigt slechts de integriteit van het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan. 

Critici van Sea Shepherd hebben gezegd, dat Sea Shepherd de enige reden is dat Japan nog steeds walvissen doodt, en dat de Japanners te veel trots hebben om toe te geven aan het verzet van een niet-gouvernementele organisatie. Uitspraken van het Japanse Agentschap voor de Visserij en de ICR lijken te suggereren dat het nu een kwestie is geworden van hun gezicht redden. Er lijkt nu een obsessie te zijn om Sea Shepherd te vernietigen met het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat steeds meer druk uitoefent op Nederland, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland om Sea Shepherd te neutraliseren. 

Sommige critici van de walvisjacht hebben voorgesteld dat Sea Shepherd het verzet tegen de Japanse walvisjagers opschort om ze de kans te geven waardig te vertrekken. Ik ben het daar niet mee eens. De Japanse walvisvloot bevindt zich in deze situatie vanwege Sea Shepherd. We hebben hun winst weggenomen, en hun operationele kosten gedurende zes opeenvolgende jaren doen toenemen. Ze zitten nu zo erg in de schulden dat de subsidieleningen van de Japanse overheid alleen maar zullen toenemen. We kunnen niet terugtrekken en hen in staat stellen om enige winst te maken die aangewend kan worden voor de aflossing van deze leningen.

Het is niet ons doel om de harten van het Japanse publiek te veroveren. Het veroveren van de harten van de meerderheid van de Canadezen had geen invloed op het beleid van de Canadese regering, die als reactie op meer en meer Canadezen tegen de zeehondenjacht de hakken in het zand zette ter verdediging van het doden van zeehonden. De zeehondenjacht is ook een industrie die overleeft dankzij steunmaatregelen van de Canadese federale overheid.

Met een echt vrije markt zouden zowel de Japanse walvisjacht als de Canadese zeehondenjacht al zijn beëindigd door een faillissement. Nu blijven de beide ondernemingen nog steeds overleven, als gevolg van deze nieuwe uitvinding genaamd bedrijfscommunisme. Maar in beide gevallen, en ondanks de overheidssteun, blijven zowel de walvisjacht als de zeehondenjacht afnemen, want er is geen hoop dat er in de nabije toekomst enige zogenaamde winst zal worden gemaakt. In feite zijn het beiden dode industrieën die overleven bij de gratie van politici en bureaucraten. De publieke opinie heeft weinig invloed op deze beslissingen. Van Japan kan zelfs worden gesteld dat de buitenlandse publieke opinie of gaiatsu, zoals dat in Japan heet, meer gewicht in de schaal legt dan binnenlandse druk.

De Japanse media hebben de neiging om nationalistisch en pro-overheid te zijn. Gedurende lange tijd was de gemiddelde Japanner burger helemaal niet op de hoogte van de walvisjacht in de Zuidelijke Oceaan. Het was het drama van de confrontaties met Sea Shepherd dat het Japanse publiek ervan bewust maakte.

Sea Shepherds doelstelling is al lang om de Japanse walvisvloot economisch tot zinken te brengen - om ze failliet te laten gaan, en het is een strategie die lijkt te werken.

Ondanks de propaganda van Japan doet Sea Shepherd niets illegaals. Geen van onze schepen is aangeklaagd of vastgehouden, we hebben niet één reprimande gekregen, en we zijn niet aangeklaagd voor een misdrijf, zelfs niet door Japan. Sea Shepherd schepen hebben toegang tot Australische en Nieuw-Zeelandse havens, Japanse walvisvaarders niet. De Japanse walvisvaarders zijn ook officieel in overtreding van een vonnis van het Australische Federale Hof dat het doden van walvissen in Australische territoriale wateren verbiedt.

In 2010 werd Pete Bethune als individu aangeklaagd toen hij aan boord van de Shonan Maru Nr. 2, ging, omdat hij, eenmaal aan boord van een Japans schip, was onderworpen aan het Japanse recht. Het besluit om aan boord te gaan van het beveiligingsschip van de walvisvloot dat zijn schip, de Ady Gil, had laten zinken, werd genomen door Bethune. Sea Shepherd ondersteunde zijn beslissing, en betaalde zijn verdediging in Japan. Er is echter niets dat Sea Shepherd schepen hebben gedaan, dat illegaal is of zelfs maar een schending van maritieme regelgeving.

Niet één keer heeft een schip van Sea Shepherd een Japanse walvisvaarder in de Zuidelijke Oceaan geramd, integendeel, het waren steeds de Japanse harpoenschepen die de aanvaringen begonnen. In vroegere jaren deden ze hetzelfde met Greenpeace schepen en toen beschuldigden ze ook Greenpeace ervan aanvaringen te veroorzaken.

Aangezien Greenpeace een duidelijk beleid heeft om geen schepen te rammen, hebben de Japanse beschuldigingen aan geloofwaardigheid ingeboet toen zij dezelfde beschuldigingen tegen Sea Shepherd uitten. Sea Shepherd is niet tegen het rammen van vaartuigen die worden gebruikt door stropers. We hebben dat in het verleden gedaan, maar in het geval van de verdediging van het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan is ons beleid om te onderscheppen, dwars te zitten en te blokkeren, en niet om de walvisvaarders te rammen.

Het is een strategie die werkt en elk jaar verminderen we het dodental meer dan het jaar daarvoor naarmate onze middelen sterker worden. Dit jaar hebben we twee van de drie harpoenschepen voor de hele eerste maand volledig van de walvisjacht afgehouden, en we hebben het resterende harpoenschip en het Nisshin Maru fabrieksschip 80 procent van de tijd op de vlucht gehouden, waardoor ze weinig tijd hadden om te stoppen en walvissen te doden.

Wij zijn ervan overtuigd dat het dodental dit jaar ver onder de cijfers van vorig jaar zal liggen, toen we in staat waren om meer walvissen te redden dan ze konden doden. Met andere woorden, het draait om het dodental. Ons doel is om het dodental zo laag mogelijk te houden en de walvisvaarders hebben de doelstelling om 935 dwergvinvissen, 50 bultruggen en 50 vinvissen te doden, samen een totaal van 1035 walvissen. Vorig jaar doodden zij 507 walvissen, en redden we 528 walvissen.

Het succes van vorig jaar staat buiten kijf. De walvisjagers zelf schreven het aan ons toe door te zeuren over de economische schade die we hun zogenaamde onderzoeksindustrie aandeden.

En nu is het eind in zicht. De vraag naar walvisvlees is gedaald in Japan. Er is een overschot aan walvisvlees dat tegen hoge kosten wordt ingevroren in magazijnen in Japan. De waarde van de yen daalt. Nieuwe regels van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), die in Antarctica het gebruik van zware stookolie na augustus 2011 zullen verbieden, zullen het gebruik van de machines van de Nisshin Maru illegaal maken. Japan heeft een vervangend fabrieksschip nodig, maar is nog niet eens begonnen er één te bouwen. Australië sleept Japan voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Internationale publieke protesten tegen de Japanse walvisjacht en het doden van dolfijnen nemen toe. Steeds vaker komen er beschuldigingen van omkoping en corruptie binnen de walvisvaart en de Japanse regering aan het licht.

Er is dus een zeer reële mogelijkheid dat Japan misschien geen walvisvloot meer naar de Zuidelijke Oceaan stuurt aan het eind van dit jaar, en als ze dat toch doen, zullen we bereid zijn om weer tegen ze in te gaan. Maar dat doen we liever niet. Wij zouden liever zien dat de walvissen in het walvisreservaat van de Zuidelijke Oceaan met rust gelaten worden. We hebben zeven seizoenen doorgebracht met optreden tegen deze walvisstropers. Elk seizoen geeft ons meer steun dan het jaar ervoor, en elk seizoen nemen onze middelen toe, versterken onze aanvoerlijnen, en wordt onze effectiviteit hoger.

We moeten bereid zijn om in december 2011 terug te keren, en we moeten bereid zijn om zelfs sterker terug te keren. Om 100 procent effectief te zijn, zouden we een derde groot schip kunnen gebruiken, of een ander schip met een snelheid hoger dan dat van de harpoenschepen. De Gojira is een uitstekend verkenningsschip, maar we hebben wat meer spierballen nodig. Met een schip om elk van de harpoenschepen bezet te houden, kunnen we nog doeltreffender zijn. Als de Japanse walvisjagers terugkomen met vier schepen, dan moet Sea Shepherd ook terugkomen met vier schepen.
En als ze niet terugkomen, dan zullen we in de gelegenheid zijn om onze activiteiten te verplaatsen naar de Noord-Atlantische Oceaan om opnieuw de illegale walvisjagers van Noorwegen, IJsland en de Deense Faeröer Eilanden uit te dagen..

Operation No Compromise

Operation
No Compromise

 

Evenementen:

5 & 6 maart 2017
Utrecht
25 maart
De Koog, Texel
8 april
Harlingen
6 mei
Podium Mozaïek, Amsterdam

Sites werldwijd:

Australië België Brazilië Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: