Bekentenissen van een kille, ongevoelige walviskrijger (Satire)

6 januari 2011

Bekentenissen van een kille, ongevoelige walviskrijger (Satire)

Commentaar door Kapitein Paul Watson

Slingshot launcher on the GojiraKatapult op de Gojira (klik om te vergroten)

Als het gaat om het afslachten van weerloze walvissen met behulp van technologisch geavanceerde wapens en detectieapparatuur, gedragen de Japanse walvisjagers zich als grote stoere ninja’s en vertonen zij al het machogedrag dat ze op kunnen brengen wanneer zij hun dodelijke, explosieve harpoenen afschieten in het gevoelige vlees van de onschuldige walvissen en vervolgens de lichamen met krachtig geweervuur doorzeven.

Wanneer iemand het waagt om vraagtekens te zetten bij hun laffe en wrede bedrijfstak of deze in twijfel te trekken, jengelen ze als bange en verwende kleine schoolkinderen bij hun Papa, de Japanse overheid in Tokio. Of erger nog, ze gaan om gunsten jengelen bij hun suikeroompje, Uncle Sam. Het was Uncle Sam, in de vorm van Generaal Douglas MacArthur, die de zogenaamde traditie van de Japanse Antarctische walvisjacht in 1946 startte. En nu snotteren de walvisjagers als kleine schooljongens in hun badkuip terwijl ze schreeuwen, “Sea Shepherd heeft me geslagen, Uncle Sam. U moet hun zakgeld afpakken.”

De bureaucraten van de Japanse overheid zijn bijna geobsedeerd als het gaat om het ten gronde richten van Sea Shepherd. Ze klagen ieder jaar over ons bij de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC). Ze klagen onophoudelijk over ons in diplomatieke telegrammen naar de Verenigde Staten, Nederland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Ze hebben zelfs hun walvisjagers’  blues gezongen voor Hillary Clinton, de Minister van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten, en hebben de Verenigde Staten gesmeekt actie te ondernemen om Sea Shepherd ten val te brengen. Het lijkt er op dat een hele natie de oorlog heeft verklaard aan een kleine particuliere organisatie die walvissen beschermt, met als doel ons en ons vermogen om het oceaanleven te beschermen, te vernietigen.

Wat we hieruit opmaken is dat we invloed hebben. De Japanse walvisjagers hebben toegegeven dat wij voorkomen dat ze hun (illegale) quotum doden. Ze hebben een hekel aan Sea Shepherd. Veel mensen hebben wellicht een hekel aan Sea Shepherd, dat begrijp ik. Door de volledige macht van Japan tegen ons te gebruiken en Sea Shepherd het onderwerp te maken van diplomatieke discussies op hoog niveau, geven ze ons als het ware de Nobelprijs voor activisme. We voelen ons dan ook enorm vereerd. 

De Japanse walvisjagers maken de titel van onze hitserie op televisie belachelijk, terwijl ze voortdurend persberichten vrijgeven die eruit zien alsof ze zijn geschreven vanuit een loopgraaf die door een oorlogsschip onder vuur wordt genomen (zie het persbericht aan het einde van dit commentaar).

Het meest recente persbericht van het Instituut voor Walvisonderzoek (ICR) laat zich lezen als een bericht uit een oorlogsfilm wanneer het belachelijke woord “onderzoek” wordt weggelaten: “een Japans vaartuig was vandaag het doelwit van een aanval van de voorlopig in Australië geregistreerde trimaran Gojira. De aanval begon om ongeveer 17.00 uur JST (Japan Standard Time) en duurde tot ongeveer 19.00 uur JST.” 

Sea Shepherd gebruikt al zes jaar dezelfde tactieken en uitrusting maar het persbericht doet het voorkomen alsof ze nog nooit een dergelijke vorm van “geweld” hebben meegemaakt.

 “Activisten aan boord van de Gojira naderden het Japanse vaartuig en lanceerden meerdere projectielen met behulp van lanceerinstallaties.”

Zie je al voor je hoe mortieren en bazooka’s worden afgevuurd op de weerloze walvisjagers?

Ondertussen lag de Steve Irwin te wachten in de “schaduw” van een ijsberg. Over gevreesde, gewaagde, gevaarlijke en gemene daden op de diepe, donkere oceanen gesproken!  …En vanuit de verborgen schaduwen stuurde ik onze helikopter op pad om deze aanval vast te leggen. Dit was zogezegd om bewijs te verzamelen van het geweld dat Sea Shepherd gebruikt,  zodat de Australische Federale Politie, op verzoek van de Japanse autoriteiten, het in beslag kunnen nemen als we terugkeren in Australië. We vinden het heerlijk om bewijslast tegen onszelf te verzamelen door onze “misdaden” vast te leggen.

En zoals gewoonlijk verklaarden de walvisjagers dat er geen gewonden zijn gevallen of schade is berokkend aan de Japanse vaartuigen, maar dat de “aanval”  sterk werd veroordeeld door de vredelievende walvisjagers die nooit een vlieg kwaad zouden doen, dat wil zeggen, tenzij deze op een walvis zou landen. Als er geen gewonden zijn en geen schade is, waarom zeuren ze dan zo?

De aard en inhoud van de “projectielen” leek een mysterie te zijn voor de walvisjagers. Ik kan melden dat de dodelijke raketten in feite rotte aardappelen en tomaten waren. Australiërs spreken hun “tomato” uit met een korte “a”, maar de Japanse walvisjagers zeggen “dodelijk projectiel”. Ik denk dat er ergens in de vertaling iets mis is gegaan. De “lanceerinstallatie”, zoals die op camera is vastgelegd en is te zien op de foto op de website van de ICR, is in feite een eenvoudige, gevreesde katapult.

De laffe angst en verbazing werden gevolgd door het gebruikelijke “wij doden legaal walvissen”, wat zo vaak door de walvisjagers wordt herhaald dat ze er straks zelf nog daadwerkelijk in gaan geloven.

Vervolgens dienen ze de gebruikelijke eis in bij Nederland en Australië dat Sea Shepherd een halt moet worden toegeroepen. Een eis die aan dovemansoren is gericht vanwege het eenvoudige feit dat Sea Shepherd geen wet heeft overtreden. In feite heeft zelfs Japan geen aanklacht ingediend tegen Sea Shepherd, dus hoe kunnen ze verwachten dat de Nederlanders en Australiërs een einde maken aan de overtredingen die slechts overtredingen zijn omdat de walvisjagers zeggen dat het overtredingen zijn? Het is alsof een stelletje bankovervallers tegen de politie schreeuwt dat ze de man moeten arresteren die hen liet struikelen toen ze met het geld de bank uit renden.

Er was één bijzonder boze criticus die vroeg hoe ik ’s nachts nog een oog dicht kon doen na al het geweld dat ik gebruik tegen de weerloze walvisjagers die alleen maar hun werk proberen te doen, alsof het woord “werk” alle vormen van wreedheid rechtvaardigt.

Ik moet toegeven dat ik me behoorlijk schuldig voel als ik ’s nachts wakker lig en me zorgen maak dat de Nederlanders en Australiërs ons moeten tegenhouden voordat we, ach wat een narigheid, nog een walvis redden. Het koude zweet breekt me uit als ik nadenk over de verschrikkingen van ons gedrag en de verachtelijke aard van onze misdaden tegen de walvisjacht. Soms vraag ik me af hoe ik met mezelf kan leven in de wetenschap dat de Japanse walvisjagers en hun aanhangers mij haten. Ik vrees dat de wanhoop genoeg is om me tot drinken, wanhoop en eeuwige verdoemenis te drijven.

Soms word ik midden in de nacht schreeuwend wakker, “Nee, nee, houd me tegen voordat ik nog een harpoen verniel. Houd me tegen voordat ik nog een walvis red!” Maar ik kan leven met de verdoemenis, de nachtmerries en de verschrikkingen van mijn satanische drang om walvissen te redden als ik daarmee het leven van de walvissen met een dag kan verlengen.

Dat is wat oorlog met je geweten doet, door je het vermogen te geven om het lijden van de walvisjagers te negeren terwijl zij worstelen om walvissen af te slachten voor hun illegale opbrengsten. Mijn hart is bitter ongevoelig geworden voor de ellende van hun financiële moeilijkheden en ik heb geen tranen meer over voor hun meelijwekkende smart als gevolg van tekorten op hun bloederige quota en op hun bankrekeningen.

Ik ben tot het inzicht gekomen dat ik een man ben die verdoemd is tot een leven met de zonde van medeleven, en gedoemd is het donkere werk van de duivel te doen door walvissen te blijven beschermen. Na zeven jaar lang tegen deze overgevoelige, goedaardige zielen te hebben gevochten in de koude wateren van het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan, moet ik bekennen dat ik ietwat ongevoelig ben geworden voor de behoeftes van de walvisjagers.

Ik weet alleen dat wat we hier in deze afgelegen en verraderlijke wateren doen, uitsluitend bedoeld is om de levens van walvissen in een erkend internationaal walvisreservaat te redden en de winsten van de stropers teniet te doen.

Ik weet niet waarom ik het vreemde idee heb dat walvissen in een walvisreservaat beschermd zouden moeten worden of dat walvisjacht in een walvisreservaat verboden zou moeten zijn. Misschien is mijn interpretatie van het woord reservaat anders dan die van andere mensen.

En misschien vergis ik me als ik vind dat walvissen, als intelligente en sociaal complexe wezens, het recht zouden moeten hebben om te leven zonder gemolesteerd te worden door seriemoordenaars. Of misschien is het eenvoudigweg een vergissing van mijn kant dat ik de cultuur van seriemoordenaars die vinden dat het hun geboorterecht is om een reservaat binnen te dringen, dat duizenden kilometers van hun eigen land verwijderd is, om het meest waardevolle bloed in zee te laten stromen, niet te respecteren. Misschien zitten ik en mijn bemanning fout met wat we doen voor de walvissen?

Ik geef toe dat ik het niet weet, en dat het me niet echt kan schelen! Ik weet alleen dat het me een goed gevoel geeft - een erg, erg goed gevoel- om te weten dat er in de oceaan om ons heen walvissen zwemmen die zonder ons ingrijpen dood zouden zijn.

En eerlijk gezegd kan ik tegen iedereen die het niet eens is met wat we doen om walvissen in de Zuidelijke Oceaan te redden, iedereen die het niet eens is met waarom we het doen, waar we het doen en hoe we het doen, alleen maar zeggen dat we niemand hebben verwond, dat we geen enkele wet hebben overtreden en dat het me daarom geen bal kan schelen.

En wat betreft de walvisjagers, kom op jongens;  jullie worden verondersteld uit het land van de stoïcijnse samoerai te komen, dus stop met jullie meelijwekkende gezanik, het is beschamend. Jullie maken jullie hele land te schande met jullie onophoudelijke gezeur en belachelijke gewoonte om kleine pesterijen en belemmeringen als “terrorisme” te bestempelen. Hoe zouden jullie ooit in staat moeten zijn om met daadwerkelijk terrorisme om te gaan? Hmmm… waarschijnlijk op dezelfde manier zoals jullie met ons omgaan – jullie rennen naar Uncle Sam en huilen in zijn schoot om hulp.

Ik denk dat het tijd is dat jullie stoppen met jezelf belachelijk te maken en iets doen wat daadwerkelijk eervol is: naar huis gaan en het reservaat en de walvissen met rust laten. Het is tijd om kinderachtige speeltjes als harpoenen en hysterische persberichten op te bergen, en het is onderhand tijd om allemaal een echte baan te zoeken waarbij niet zoveel wreedheid, afslachting en verspilling van middelen komt kijken.

En als jullie dan toch bezig zijn, stop dan ook met het doodslaan en martelen van dolfijnen in Taiji – stelletje  laffe, beestachtige bullebakken!

divider

De volgende tekst is het persbericht van het Instituut voor Walvisonderzoek:

PERSBERICHT 5 Januari 2010

Japans schip Yushin Maru No. 2 aangevallen door anti-walvisjacht trimaran

De Yushin Maru No. 2, een Japans schip voor Antarctisch walvisonderzoek, was vandaag het doelwit van een aanval van de voorlopig in Australië geregistreerde trimaran Gojira. De aanval begon om ongeveer 17.00 uur JST en duurde tot ongeveer 19.00 uur JST

Activisten aan boord van de Gojira naderden het Japanse vaartuig en lanceerden meerdere projectielen met behulp van lanceerinstallaties. De activisten gooiden tevens handmatig enkele projectielen. Ook zette de Gojira lijnen met boeien uit die gericht waren op de schroef en het roer van de Yushin Maru No. 2.

Een ander vaartuig van SSCS, de Steve Irwin (SI) lag vlakbij te wachten in de schaduw van een ijsberg. De SI nam geen deel aan de aanval maar stuurde een helikopter om de aanval vanuit de lucht te filmen.
Bij de aanval van de activisten raakte niemand van de Japanse bemanning gewond en het Japanse schip liep geen schade op. De aard en de inhoud van de gelanceerde projectielen kon niet worden bevestigd omdat geen van de projectielen op de Yushin Maru No. 2 terecht kwam.

De Japanse walvisjacht bij Antarctica ten behoeve van onderzoek (JARPAII) is een volkomen legale activiteit die wordt uitgevoerd onder de Internationale Conventie voor de Regulering van Walvisjacht (ICRW). Het Instituut voor Walvisonderzoek veroordeelt de Sea Shepherd Conservation Society en hun voortdurende gevaarlijke en gewelddadige acties tegen de Japanse walvisonderzoeksschepen in Antarctica ten zeerste.

Wij roepen alle betrokken landen, waaronder de landen waarin de Steve Irwin (Nederland) en de Gojira (Australië, dat tevens zo goed als de thuishaven van deze schepen is) zijn geregistreerd, om te stoppen met het goedkeuren van de gewelddadige acties van de Sea Shepherd Conservation Society en om alle mogelijke middelen te gebruiken om ze tegen te houden. Verder verzoeken wij deze landen dringend om op een objectieve manier met de misdadige acties van de SSCS om te gaan, overeenkomstig hun internationale verplichtingen.

klik op de foto's om ze te vergroten

Japanese whaling ship the Yushin Maru No. 2 speedily chasing after Sea Shepherd’s the Gojira Japanese whaling ship the Yushin Maru No. 2 speedily chasing after Sea Shepherd’s the Gojira

Japanse walvisjager Yushin Maru No.2 achtervolgt snel de Gojira van Sea Shepherd
  

Yushin Maru No. 2 as seen through the slingshotYushin Maru No. 2, gezien door de katapult The Gojira’s crewmembers prepare to defend themselves against the approaching Japanese harpoon vesselDe bemanningsleden van de Gojira maken zich gereed om zich te verdedigen tegen het naderende Japanse harpoenschip

 

Operation No Compromise

Operation
No Compromise

 

Evenementen:

27 april
Amsterdam, NDSM Vrijhaven
5 mei
Vlissingen
6 mei
Podium Mozaïek, Amsterdam

Sites werldwijd:

Australië België Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: