Kapitein Paul Watsons antwoord aan Katsutoshi Mihara

25 september 2010

Kapitein Paul Watsons antwoord aan Katsutoshi Mihara

Katsutoshi Mihara is voorzitter van de gemeenteraad van Taiji. Hij werd in 1973 in de raad verkozen. Mihara zit het stadscomité voor dat tegen een totale ban op walvisvangst door het IWC is. Katsutoshi Mihara schreef het volgende artikel voor de Asahi Shimbun, waarin hij het Japanse beleid dat zowel walvisvaart rond de kust wil toestaan als de slachting van walvissen in de Zuidelijke Oceaan wil doorzetten, verdedigt.

Het idee dat een toename van de walvisvangst zal zorgen voor een duurzame en goedkope bron van proteïne in Japan, is een deceptie. Walvissen zijn een sterk afgenomen hulpbron en zullen zich niet binnen afzienbare tijd herstellen tot het niveau dat de Japanners wensen voor winst en toenemende consumptie..

De wijze waarop Japan de walvisvaart benadert, is dezelfde als die van tonijn. Maximaal uitbuiten voor winst op de korte termijn. Dat is de economie van de uitroeiing. Als de aantallen van een soort sterk verminderen, gaat de prijs van het vlees omhoog. Schaarste wordt zo vertaald in hogere winsten. Uitsterving betekent een monopolie op een product dat niet langer verkrijgbaar is en dit resulteert in nog hogere winsten.

Het verlangen naar een toename van het aantal gedode walvissen is ecologisch gezien stompzinnig en alleen te begrijpen in economische termen waar afname een bonus is. Een gedeelte van de winsten van een tot uitsterven gedreven hulpbron kan dan aangewend worden voor het uitbuiten van een volgende bedreigde diersoort.

Op deze manier wordt de uitbuiting van een soort uiteindelijk beëindigd door commerciële of biologische uitsterving waarna de dodelijke uitbuiting van een andere soort wordt voortgezet.

Hier gaat het maximaliseren van winst op de korte termijn ten koste van het behoud van een hulpbron op de lange termijn. Dit is desastreus voor de belangen van toekomstige generaties, maar het dient de noden van het heden door een toename van de welvaart voor enkelen met als gevolg een versobering van toekomstige belangen.

Mihara komt uit de school die gelooft in het bestelen van de toekomst om in het heden te kunnen profiteren.
Mihara besluit zijn artikel als volgt: “Ik kan alleen maar hopen dat antiwalvisjachtactivisten zouden luisteren naar wat wij, en mensen in andere landen die sterk afhankelijk zijn van de vruchten van de zee als proteïnebron, te zeggen hebben.”
Mijn antwoord hierop is dat we wel luisteren, maar het oneens zijn. De wetten van het milieu dicteren dat er grenzen zijn aan belastbaarheid en groei. Het wereldwijde vissen met groot materieel en walvisvaartpraktijken plus de industriële vervuiling, vernietigen het leven in onze oceanen. Er is gewoonweg onvoldoende vis in de zee en walvissen in de oceaan om deze toenemende mate van consumptie te kunnen blijven voortzetten. Wij zijn de zeeën aan het uitmoorden - letterlijk!
Ik ben opgegroeid in een Oost-Canadees vissersdorp. Ik groeide op op een dieet van kreeft, oesters, bot, spiering, lodde, kabeljauw, mosselen, roodbaars, zalm en forel. Ik kan echter niet met een schoon geweten deze bedreigde soorten blijven eten. Daarom heb ik ervoor gekozen vegetariër te worden. Niet vanwege ethische dierenrechtenkwesties, maar om ecologische redenen.

De kleine vissersboten uit mijn jeugd zijn vervangen door gigantische industriële machines die al het leven uit de oceanen wegschrapen. De vissen hebben geen enkele kans en nu zijn Japan en Noorwegen plankton aan het vangen als een goedkope proteïnebron voor dierenvoeder. Ongeveer 40% van de vis die wordt opgevist, wordt gevoerd aan kippen, varkens en andere vissen.

Ik heb het verdwijnen en het verminderen in omvang van de eens veel grotere populaties kabeljauw, heilbot, kreeft en andere soorten gezien. Ik heb het ineenstorten van de kabeljauwvisserij en het einde van de zalmtrek gezien. Ik heb de aanval op onze oceanen door grote aantallen vloten meegemaakt, die gefinancierd werden met overheidssubsidies en goedkope leningen die trawlers van honderd miljoen dollar naar zee sturen om alles te roven en vernietigen waar ze overheen varen.

Jawel, meneer Mihara, we hebben naar jou en anderen zoals jij geluisterd hoe jullie ons jarenlang hebben voorgelogen over hoe de zeeën zelfvoorzienend zijn en hoe de bedrijven ethisch en verantwoordelijk handelen. We hebben de aanhoudende verdwijning gezien die de zeeën donker kleurde met een sluier van levenloosheid.

Voor de walvisvaart is er geen plek in de 21e eeuw, meneer Mihara, niet door Japan of Noorwegen of door wie dan ook. Het is tijd om de zeeën zichzelf te laten rehabiliteren, het is tijd al deze diersoorten een kans te geven om te overleven en het is tijd voor de mensheid om deze inhalige gekte te beëindigen die onze oceanen zal uitroeien, want als de zeeën doodgaan, gaan we allemaal dood en dat, meneer Mihara, is belangrijker dan het behoud van jouw walvisvaartcultuur.   

------------------------------------------------ 

Artikel uit de Asahi Shimbun -

Bron (25 september 2010): http://www.asahi.com/english/TKY201009220459.html

Opiniestuk/ Katsutoshi Mihara: Japan heeft zowel de kust- als diepzeewalvisvaart nodig

SPECIALE BIJLAGE BIJ DE ASAHI SHIMBUN

23-09-2010

In het stadje Taiji, in het Wakayamadistrict, is de walvisvaart vier eeuwen lang een belangrijke, plaatselijke industrie geweest. Lokale walvisvaarders vangen nog steeds kleine grienden en andere walvissen die niet vallen onder de regelingen van de Internationale Walvisvaart Commissie.

Van oudsher gingen kleine walvisvaarders uit Taiji ook achter de wat grotere dwergvinvissen aan in de Stille Oceaan voor de kust van Sanriku in het noordoosten van Japan. Het waren de walvisvaarders uit Taiji die de basis legden voor de kleine kustwalvisvaart vanuit Ayukawahama, een haven van de stad Ishinomaki in het Miyagidistrict. Ayukawahama werd een welbekende walvisvaartbasis. Gebruikmaking van hun eigen schepen om dwergvinvissen te vangen, is een gezamenlijke wens van iedereen die verbonden is aan de kustwalvisvaart.

Samen met de burgemeester van Taiji, Kazutaka Sangen, bezocht ik in juni de jaarlijkse vergadering van het IWC in Marokko. Het was de vijfde keer dat ik een IWC-bijeenkomst bijwoonde. Persoonlijk vond ik het hoogtepunt van de vergadering in Marokko het voorstel van de voorzitter om ‘commerciële walvisvaart’ op dwergvinvissen in de wateren rond Japan toe te staan. Ik ben ervan overtuigd dat het voorstel hoop deed herleven bij vele kleine kustwalvisvaarders.

Echter, toen ik aankwam in Marokko werd ik getipt door een bron van de Japanse overheid dat het IWC erover nadacht het voorstel een afkoelingsperiode te geven. De informatie bleek correct te zijn en het voorstel werd opgeschort.

In tegenstelling tot de grienden die we vandaag de dag nog steeds vangen, vallen de Antarctische dwergvinvissen onder de IWC-regulering. Ze mogen alleen voor wetenschappelijk onderzoek gevangen worden.

Sommige mensen pleiten ervoor dat we de hervatting van de commerciële kustwalvisvaart zouden moeten prioriteren en ons niet bezig moeten houden met de Antarctische dwergvinvissen.

Maar ik denk daar anders over. Terwijl de kustwalvisvaart de belangrijkste pijler is van de Japanse walvisvaart, moeten we ook de Antarctische en andere diepzeewalvisvaart op peil houden om op wetenschappelijke manier het aandeel aan ‘s werelds walvisvoorraden te kunnen beoordelen.

De voortzetting van zowel kust- als diepzeewalvisvaart stelt ons in staat om zeevoorraden op een efficiënte manier te gebruiken als voedsel voor de groeiende wereldbevolking.

Het doen van wetenschappelijk onderzoek, zoals vastgelegd in de Internationale Conventie voor de Regulering van de Walvisvaart, is een noodzakelijke voorwaarde voor het beheren en effectief gebruiken van zeevoorraden. Het stoppen van dergelijk onderzoek is onwenselijk vanwege twee redenen.

De ene reden is dat het zal resulteren in een afname op de langere termijn van de consumptie van walvisvlees.

Tijdens de hoogtijdagen van de diepzeewalvisvaart was walvisvlees zo overvloedig dat het een populair onderdeel van de Japanse schoollunch was. Nu wordt het vlees van walvissen die voor onderzoek worden gevangen, verkocht door het hele land, maar de aanvoer is beperkt en de prijs is hoog, hetgeen niet geholpen heeft om de consumptie te laten herstellen.

Een nog verdere afname van de aanvoer zal de walvisvaarttraditie van ons land vernietigen en de eetcultuur van het eten van walvisvlees in gevaar brengen.

Een andere reden is dat zelfs als de kustwalvisvaart in stand gehouden blijft, dit niet kan voorkomen dat de Japanse walvisvaartindustrie in kleinschalige, regionale operaties verdeeld zal worden.

Hoewel Taiji werd uitgelicht als mikpunt voor de Amerikaanse documentaire “The Cove”, zijn er nog andere gemeenschappen, zoals Ayukawa en Wada in het Chibadistrict, die nog steeds de traditionele walvisvaart bedrijven. Kleine walvisvaarders in deze gebieden lopen het gevaar te bezwijken onder de antiwalvisjachtactivisten. Ik geloof dat hun beste kans om te overleven, ligt in het voortzetten van zowel kust- als diepzeewalvisvaart door de gehele Japanse walvisvaartindustrie.

Wanneer de kustwalvisvaart nieuw leven is ingeblazen en de toevoer van dwergvinvissen en grienden stabiel wordt, dan zal vers, goedkoop walvisvlees beschikbaar komen in grote delen van het land als toevoeging op de walvisvaartsteden. Dit zal, op zijn beurt, de walvisvaarders helpen te overleven. Walvisvlees is mager, rijk aan proteïnen en heerlijk. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen hier van genieten.

Er was een tijd dat meer dan 200 walvisvaarders uit Taiji koers zetten richting de Antarctische walvisvaartgebieden. Nu heeft het stadje twee kleine walvisvaarders in bedrijf en sommige inwoners bevaren de oceanen als bemanning op schepen die onderzoek doen. De walvisvaart is nog altijd een levenswijze in Taiji.

Ik kan alleen maar hopen dat antiwalvisjachtactivisten zouden luisteren naar wat wij, en mensen in andere landen die sterk afhankelijk zijn van de vruchten van de zee als proteïnebron, te zeggen hebben.

 

Evenementen:

5 & 6 maart 2017
Utrecht
25 maart
De Koog, Texel
8 april
Harlingen
6 mei
Podium Mozaïek, Amsterdam

Sites werldwijd:

Australië België Brazilië Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: