Een beknopte geschiedenis van omgekeerd ecoterrorisme tegen de dolfijnslachters in Taiji

15 september 2010

Een beknopte geschiedenis van omgekeerd ecoterrorisme tegen de dolfijnslachters in Taiji

Commentaar door kapitein Paul Watson

bijlage toegevoegd op 22 september

“Het gewelddadig doden van wilde dieren, het bederven van ecologische systemen en het aantasten van biodiversiteit is de ware definitie van eco-terrorisme. Door verzet te bieden tegen deze vernieling vechten wij terug tegen eco-terrorisme.”

- Kapitein Paul Watson

De campagne om de slachting van de dolfijnen in Taiji te stoppen, is van begin af aan een Sea Shepherd campagne geweest. En zoals bij alle andere campagnes van Sea Shepherd, zullen we ook deze kwestie niet loslaten tot wij ons doel - het definitief afschaffen van deze barbaarse, brute en ecologisch vernielende afslachting – hebben bereikt.

Sinds wij in 2003 met deze campagne begonnen, hebben we de inspanningen om de afslachting van de dolfijnen te stoppen, zich in allerlei positieve richtingen zien verspreiden.

Soms hebben wij een stapje terug gedaan, zodat een andere strategie uitgevoerd kon worden, maar we hebben de situatie voortdurend gevolgd en stonden altijd klaar om bij te springen als andere strategieën zouden falen of eindigen.
De inspanningen in Taiji vinden hun oorsprong drie decennia geleden en zijn terug te leiden naar vier activisten. Zij waren de pioniers van deze campagne, te beginnen in 1980, met het documenteren van de slachting bij het eiland Iki. De beelden, die cineast Hardy Jones uit Californië van de gruwelijkheden maakte, werden wereldwijd voorpaginanieuws.

Maar dit bleek ontoereikend. Daarom vloog Dexter Cate, afkomstig uit Hawaï en medewerker van het Cleveland Amory’s Fund for Animals, naar Iki eiland. Hij dook daar ‘s nachts het donkere water in om de netten door te snijden en de dolfijnen te bevrijden. Hij werd direct gearresteerd en maandenlang gevangen gehouden, voordat hij uiteindelijk werd vrijgelaten.

Een jaar later vloog de Canadees Patrick Wall ook naar het eiland om de actie van Cate te herhalen. Hij sneed de netten door en bevrijdde de dolfijnen. Ook hij werd gearresteerd en maandenlang vastgehouden, maar hij werd net op tijd vrijgelaten om zich bij de bemanning van Sea Shepherd te voegen voor de campagne ter verdediging van de grijze walvissen in het sovjetgedeelte van Siberië.

In maart 1982 vloog ik zelf naar Iki om te onderhandelen over het beëindigen van de dolfijnenslacht en verrassend genoeg stemden de Japanse vissers hiermee in.

In 1983 stuurden wij voor het eerst een team van Sea Shepherd naar de Deense Faeröer eilanden voor een lange campagne tegen de jaarlijks terugkerende brute afslachting van grienden in het Deense protectoraat. Tijdens deze zogenoemde “grind” worden honderden grienden naar de stranden gedreven, waar ze door de bevolking op sadistische wijze worden gesneden, gestoken, geslagen en gedood, voornamelijk als vermaak.

Sindsdien hebben we diverse medewerkers naar de Faeröer eilanden gestuurd, waarbij we onze schepen in vier verschillende seizoenen in de wateren van de eilandengroep hebben gemanoeuvreerd.

In de laatste twee decennia van de twintigste eeuw probeerde Sea Shepherd vooral een einde te maken aan de walvisvangst, de zeehondenjacht en overbevissing. Maar eind jaren negentig ontvingen we een verschrikkelijke film van enkele jonge Japanse studenten, die de gruwelijke slachting van dolfijnen in Futo hadden gefilmd.

We moesten een manier vinden om deze situatie aan te pakken. De vraag was hoe en wanneer. Het “wanneer” lieten we afhangen van onze middelen. Ik besloot een team naar Japan te sturen op het moment dat we het ons konden veroorloven. Zelf was ik té bekend in Japan om erheen te gaan.

In januari 2003, tijdens onze eerste campagne tegen de illegale Japanse walvisvangst in de Zuidelijke Oceaan, vaardigde ik de Canadese fotografe Brooke MacDonald af om met een klein team de dolfijnenslacht in Japan te onderzoeken. In oktober van datzelfde jaar ontdekte haar team in Taiji de “Cove”. De foto’s van Brooke werden opgepikt door persbureau Associated Press en haalden wereldwijd het nieuws. De video, die Brooke’s videograaf maakte, werd door CNN overgenomen.

Taiji’s doos van Pandora was geopend. De liters dolfijnenbloed die op die dag in de Cove vergoten werden riepen wereldwijde verontwaardiging op, die gestaag en meedogenloos uitgroeide tot een overweldigende media-aandacht voor dit eens zo rustige en afgelegen Japanse vissersdorp. De naam ‘Taiji’ werd wereldwijd berucht, net zoals de stad Minamata voor eeuwig verbonden is aan de ongelofelijke verschrikking van kwikvergiftiging.

Vanwege bedreigingen was Brooke genoodzaakt zich terug te trekken. Ik verving haar team door een ander team, onder leiding van Nic Hensy uit Californië en bestaande uit onder andere Allison Lance, ook uit Californië, en de Nederlandse Alex Cornelissen.

Op een novembermiddag doken Allison en Alex de Cove in, terwijl ze gefilmd werden door Nic. Ze sneden de netten door en bevrijdden 15 grienden en dolfijnen. Zij werden direct gearresteerd en vier weken opgesloten in de gevangenis, waar zij door de politie ondervraagd werden over hun ‘misdaad’: het redden van dolfijnen. Volgens beiden een kleine prijs voor de levens van de walvisachtigen.

Als reactie op de beelden van Brooke MacDonald’s team en het ingrijpen van Allison en Alex, sloten de Japanse vissers de toegangswegen naar de Cove af. Ook bouwden ze grote barricades van blauw zeil om de slachting te verbergen voor camera’s en nieuwsgierige blikken.

De bevolking van Taiji wist dat haar activiteiten in de ogen van de rest van de wereld verachtelijk waren en de vissers waren allesbehalve trots, terwijl ze met messen en speren achter de nieuwe muren van schaamte rondslopen.

Wat de buitenwereld niet kon zien, kon hen niet verder ontmaskeren – zo dachten ze.

Een ander lid van het team dat samenwerkte met Nic, was Ric O’Barry. Ric begon zijn carrière als dolfijnentrainer voor televisiestunts en is inmiddels ontegenzeggelijk de meest ervaren dolfijnenverdediger ter wereld. Hij realiseerde zich, dat, hoe onzelfzuchtig de actie ook moge zijn, het doorsnijden van netten om dolfijnen te bevrijden, voor hem een terugkeer naar Taiji zou uitsluiten.

Ric besloot een andere strategie in te zetten.
Ric was lid van de adviesraad van Sea Shepherd, toen hij voor het eerst naar Taiji ging. Maar om ervoor te zorgen, dat hij terug kon blijven gaan naar Taiji, wilde hij niet langer geassocieerd worden met Sea Shepherd en vroeg hij me zijn ontslag uit de Raad te accepteren.

Ook vroeg hij Sea Shepherd zelf een stapje terug te doen, om een nieuwe aanpak vrij baan te geven.
En hij keerde inderdaad terug naar Taiji, elk jaar weer vanaf 2003. En op zijn verzoek trok Sea Shepherd zich terug.

Wij keerden in 2007 terug, samen met surflegende Dave Rastovich en filmsterren Hayden Panetierre en Isabel Lucas, die de zee in peddelden om de confrontatie met de dolfijnmoordenaars aan te gaan. Ook Daves vrouw, Hanna Fraser, een beroepsmodel en zeemeermin, was erbij.

De dolfijnmoordenaars bedreigden Dave en de vrouwen met geweld en bestookten hun surfplanken met roeiriemen en speren.

Maar nog belangrijker in deze periode, was een filmploeg, bijeen gebracht door Louie Psihoyos, die begon aan een film over Ric O’Barry en zijn kruistocht tegen de slachting in Taiji.

Louis beschouwde het als een uitdaging om achter de barricades te geraken en daarmee aan te tonen dat de waarheid niet verborgen kan worden. En dat de obsceniteit van de moorden niet kon en niet mocht worden verstopt voor de rest van de wereld.

Het ongelofelijke team van Louis, bestaande uit Charles Hambleton, Scott Baker, Joe Chisholm, Mandy-Rae Cruickshank, Simon Hutchins, Kirk Krack en John Potter, slaagde er niet alleen in om langs de politie te glippen, maar wist bovendien de slachting achter de barricades vast te leggen. Met gebruik van stiekeme stunts en cinematografie in de traditie van Hollywood, maakten zij het verhaal compleet, inclusief sympathieke slachtoffers, bewonderenswaardige helden en valse slechteriken.

Hun uiteindelijke documentaire, die ze “The Cove” noemden, kon niet alleen bij milieuactivisten en voorvechters van natuurbehoud op positieve reacties rekenen. Ook de “Academy of Arts and Sciences” was diep onder de indruk en gaf Louis en zijn team de hoogste onderscheiding in de filmindustrie; een Oscar voor beste documentaire.

De toegekende Oscar zorgde er niet voor, dat de schijnwerpers van de internationale media op Taiji waren gericht. Dit was al eerder gebeurd, in 2003, dankzij CNN en persbureau Associated Press. Maar met de Oscar werd die aandacht wel verduizendvoudigd. Taiji was nu internationaal een welbekend begrip en de vissers van Taiji waren niet langer alleen berucht, maar ronduit schurkachtig.

Helaas waren zij ook bijzonder trots. Ze gaven aan door te zullen gaan met de bloedvergieten in de Cove, om zo hun minachting te laten blijken voor buitenstaanders, die volgens de vissers hun cultuur en levenswijze bedreigen.

Voor deze beschuldiging heeft Sea Shepherd weinig begrip. In de eenentwintigste eeuw mogen cultuur en winstbejag geen excuus meer zijn voor wreedheid en afslachting, voor vernieling van leefomgevingen en voor het verminderen van de biodiversiteit.

Wat de vissers in Taiji doen is gewoon fout; het is barbaars, wreed, buitengewoon onmenselijk en vernietigend voor de ecologische omgeving. Het is ook een bedreiging voor hun eigen gezondheid en het toekomstig welbevinden van hun eigen kinderen, omdat het vlees van dolfijnen hele hoge concentraties methylkwik bevat, een ziekteverwekkend gif.

Dit was de kwestie, die Ric O’Barry en de makers van “The Cove” aan het licht probeerden te krijgen. Het was ook de boodschap die Allison Lance probeerde over te brengen, toen zij in 2007 in het centrum van Ginza (Tokio) pamfletten uitdeelde waarin gewaarschuwd werd voor de giftige middagmaaltijden die Japanse schoolkinderen voorgeschoteld krijgen.

Er kan geopperd worden, dat wat de mensen in Taiji met hun kinderen doen hun eigen zaak is en dat buitenstaanders geen recht hebben zich daarin te mengen. Er kan ook geopperd worden, dat het niet aan ons is om de vissers van Taiji te vertellen wat ze mogen eten, noch dat het aan ons is om ons te bemoeien met de tradities en de cultuur van de stad Taiji, of de prefectuur van Wakayama, of de Japanse natie.

Er zijn veel argumenten te bedenken, maar geen enkele overtuigt ons, om de eenvoudige reden dat we vinden dat de Japanse vissers in Taiji niet het recht hebben om zelfbewuste walvisachtigen op buitensporig wrede manier te doden. 

In onze ogen is dat moord. Je mag het walvismoord noemen in plaats van ‘gewone’ moord, maar het is en blijft moorddadig, wreed en met voorbedachten rade. Het is een gewelddadige aanval op de cultuur en gemeenschap van de dolfijnen.

Het recht van dolfijnen op leven heeft voorrang op het “recht” van mensen om hen te doden - om wat voor reden dan ook, ongeacht volk, cultuur, plaats of tijd.

Ons recht er zulke opvattingen op na te houden en ons recht om het leven als heilig te waarderen en te respecteren is meer gerechtvaardigd dan welk menselijk recht tot afslachten ook. Hoe durven deze mensen zo respectloos te praten en zich zo respectloos te gedragen ten aanzien van de heiligheid van het leven en ten aanzien van opvattingen die deze heiligheid erkennen?

We zien verontwaardiging en woede, wanneer boeken van papier en inkt worden verbrand. Hoe verontwaardigd zouden we dan wel niet moeten zijn, als zelfbewuste wezens, waarvoor wij empathie en medeleven voelen, worden vernietigd?

Er wordt ons gevraagd om respect en begrip voor de cultuur van Taiji. Wat ons betreft is dat hetzelfde als ons vragen respect op te brengen voor de cultuur van seriemoordenaars. Zulke verzoeken zijn beledigend en enorm respectloos.

Het doden van deze fantastische wezens, deze ongewapende boeddha’s van de zee, is een gruwel en we accepteren hun afslachting net zo min als dat wij de afslachting van onze eigen familie zouden accepteren.

Wij begrijpen wel, dat dit standpunt misschien niet begrepen of gewaardeerd wordt. Maar deze opvatting van de werkelijkheid ligt ten grondslag aan onze betrokkenheid bij de verdediging en bescherming van dolfijnen en walvissen.

Zodoende is de cirkel rond en beginnen wij een nieuwe strategische cirkel, nu wij ons eerste doel bereikt hebben: de wereld bewust maken van de dolfijnenslachting in het voorheen onbekende vissersdorpje Taiji.

Taiji is niet representatief voor de bredere nationale Japanse cultuur. De gemiddelde Japanner keurt de wrede afslachting en het zinloos doden van wilde dieren niet goed. Taiji is geen afspiegeling van de Japanse cultuur en het Japanse volk. Deze slachting vindt men in Tokio net zo weerzinwekkend als in Londen, New-York en Sydney.

Het eerste seizoen in Taiji, nadat The Cove de Oscar won, begon met een vrijwilligersteam van Sea Shepherd ter plaatse, onder leiding van Michael Dalton uit Brisbane, Australië. Een week later volgde een tweede team met Scott en Elora West uit Seattle en Matt Smith uit Kenosha, Wisconsin.

Het plan van Sea Shepherd is om vrijwilligers wereldwijd op te roepen naar Taiji te komen, om op de plek van The Cove aanwezig zijn. Daarmee willen we laten zien, dat de wereld om deze dolfijnen geeft en dat hun bloedige afslachting veroordeeld wordt.

article_separator_650x1

Toevoeging - 22 september 2010

Als toevoeging op onze laatste publicatie “Een beknopte geschiedenis van omgekeerd ecoterrorisme tegen de dolfijnslachters in Taiji”, kreeg ik een update van Hardy Jones die me wees op enkele onjuistheden in het artikel.

Natuurlijk bieden wij onze excuses aan Hardy aan. Ik schreef het artikel gebaseerd op de informatie die ik op dat moment had. Ik was mij niet bewust van Hardy’s andere behaalde resultaten anders dan degenen die aan mij verteld waren.

Ter opheldering: Hardy Jones in 2001 terug en begon daar te filmen en het dolfijnenvlees te testen op giftige stoffen. Zijn film over zijn werk in Taiji verscheen wereldwijd op het National Geographic kanaal en op PBS. Zijn testresultaten leidden tot de openbaarmaking van de hoeveelheid gifstoffen in dolfijnenvlees in een bekende Japanse krant.

Hardy is de afgelopen negen jaar op dit gebied werkzaam geweest, samen met Blue Voice en werd zelfs een keer illegaal vastgehouden door de vissers was in 1980 in Taiji waar hij ervoor zorgde dat 200 witlipdolfijnen werden vrijgelaten. Hij kwam van Taiji.

Is er geen twijfel mogelijk dat Hardy Jones en Blue Voice de pioniers waren in het onthullen van de dolfijnenslachting op zowel Iki eiland als Taiji.

Lees meer over Taiji . . .

 

Evenementen:

27 april
Amsterdam, NDSM Vrijhaven
5 mei
Vlissingen
6 mei
Podium Mozaïek, Amsterdam

Sites werldwijd:

Australië België Brazilië Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: