Japan heeft een verantwoordelijkheid om de blauwvintonijn te redden

14 juni 2010

Japan heeft een verantwoordelijkheid om de blauwvintonijn te redden

Commentaar door Hiroaki Katsukura

STANDPUNT / Hiroaki Katsukura: Japan moet helpen de overbevissing op blauwvintonijn te stoppen

BIJLAGE BIJ DE ASAHI SHIMBUN

De bijeenkomst van de deelnemers aan de Conventie van Internationele Handel in Bedreigde Diersoorten (CITES), ook wel bekend als het Verdrag van Washington, verwierp in maart in Qatar een voorstel om de internationale handel in Atlantische blauwvintonijn, inclusief de tonijn die gevangen wordt in de Middellandse Zee, te verbieden.

Als directeur van een visserijbedrijf in Kesennuma, Miyagi prefectuur, was ik opgelucht door de beslissing van CITES. Maar dat betekent niet dat wij ons geen zorgen hoeven te maken. Integendeel, de zware verantwoordelijkheid van resource management ligt nu op de schouders van Japan, ‘s werelds grootste consument van blauwvintonijn.

De controverse omtrent het voorgestelde verbod op handel in blauwvintonijn had vooral te maken met overbevissing door de ringnet-methode in de Middellandse zee. Een andere vraag, die gesteld werd tijdens de CITES-conferentie, betrof de bekwaamheid van de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Atlantische Tonijn (ICCAT) in resource management. In de huidige situatie moet ik zeggen dat de ICCAT niet goed bezig is. Er zitten grijze gebieden en mazen in het ICCAT-resource management mechanisme.

Laten we, ter illustratie van mijn punt, als voorbeeld een ringnet vissersboot nemen die in buitenlandse wateren op blauwvintonijn vist, met inachtneming van de vangstquota toegewezen aan het betreffende land. Het schip neemt zijn vangst mee naar een blauwvinkwekerij in een ander land, waar de vissen worden gevoerd en vetgemest tot ze klaar zijn voor verzending naar de markt. Gedurende dit hele proces worden de vissen nooit uit het water gehaald.

Omdat het onmogelijk is om de vis in de netten te tellen en te wegen ten tijde van hun vangst, kan de visser alleen een visuele schatting van het aantal en het gewicht van de vis geven, niet de werkelijke tonnage. Dit betekent dat, als later blijkt dat het tonnage hoger is dan het quotum, het excuus gebruikt kan worden dat de vis groter en dikker is geworden op de kwekerij.

Deze losse eindjes in het systeem dragen bij aan overbevissing. Milieubeschermingsgroeperingen houden vol dat de ICCAT nooit in staat zal zijn de overbevissing in bedwang te houden, ongeacht hoe streng de visquota zijn. Hun argument is volledig legitiem.

Het vangstquotum is gebaseerd op het gewicht van levende vis ten tijde van de vangst. De ICCAT heeft conversietabellen om het gewicht van levende vis te berekenen aan de hand van filets en andere verwerkte visproducten.

Ik was nogal verbaasd toen ik de jaarlijkse gegevens zag die waren verzameld en gepubliceerd door de Japanse Coöperatieve Vereniging voor Tonijnvissers (Nikkatsu Gyokyo), die de tonnage van de ingevoerde tonijnproducten, zoals door de douane goedgekeurd, omrekent naar een tonnage van levende vis ten tijde van de vangst.

Uit de gegevens van de vereniging blijkt dat de Japanse invoer uit de mediterrane landen de afgelopen vier jaar veel groter was dan de vangstquota die gesteld zijn voor de landen van de ICCAT.

In 2006, in het bijzonder, was de invoer van 24.000 ton binnen het gestelde quotum van zo’n 28.000 ton. Maar in termen van levende vis was de omvang van deze invoer gelijk aan 39.000 ton - meer dan 10.000 ton boven het quotum. Milieugroeperingen wijzen erop dat overbevissing niet zal stoppen zolang Japan blauwvintonijn blijft importeren en zij hebben gelijk.

Het probleem is dat niemand kijkt naar het onzorgvuldige importbeheersingsmechanisme van Japan. De gehele focus van de controverse is gericht op de overbevissing, die wordt veroorzaakt door ringnet-vaartuigen in de Middellandse Zee.
Wat we ons moeten realiseren, is dat blauwvintonijn wordt vetgemest op verzoek van Japan, en dat bijna de hele gekweekte voorraad wordt verscheept naar Japan. Dit betekent dat Japan een einde kan maken aan de huidige overbevissing door een strikte beperking op de invoer binnen de gestelde quota voor exporteurs. Ik ben ervan overtuigd, dat dat de manier is waarop Japan haar verantwoordelijkheid kan nemen als 's werelds grootste consument van blauwvintonijn.

Recente ontwikkelingen in Japan’s technologie voor het kweken van blauwvintonijn hebben de exploitanten in staat gesteld om op commerciële wijze blauwvintonijn van kuit naar volwassenheid groot te brengen. Ik stel voor, dat een deel van deze op de boerderij gefokte en grootgebrachte blauwvintonijn wordt vrijgelaten in de Middellandse Zee. Door identificatielabels aan de vissen te bevestigen, zou tegelijkertijd bijgedragen kunnen worden aan onderzoek.

Als Japan haar bereidheid toont om te helpen de populatie van blauwvintonijn te vergroten, in plaats van de vis alleen maar te verslinden, dan zal de rest van de wereld Japan in een nieuw licht gaan zien, als een land dat wel degelijk gelooft in het behoud van hulpbronnen. En dat zou Japan hopelijk een minder groot doelwit voor milieuactivisten maken.

In plaats van te zelfvoldaan te zijn met het CITES-besluit van maart, denk ik dat het nu tijd is voor Japan om echt te gaan werken aan het uitroeien van de structuur die overbevissing veroorzaakt, inclusief het ineffectieve importbeheersingsmechanisme van het land.

*     *     *

Hiroaki Katsukura is directeur van Katsukura Gyogyo Co, een tonijnvisserijbedrijf.

 

Evenementen:

28 mei
Hilversum
17 & 18 juni
Vorden
23 & 24 juni
Ysselstein

Sites werldwijd:

Australië België Canada Chili Duitsland Europa Frankrijk Galápagos Global Hongarije Italië Nieuw Zeeland Spanje Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Zwitserland

Top Tweets:


Andere vertalingen:


Fiscaal Voordeel:

ANBI Logo

Onze partner: